Artikel 206, WIB 92

Art. 206, § 3, treedt in werking vanaf aanslagjaar 1996 (art. 4, 2°, W 04.04.1995 - B.S. 23.05.1995; Numac: 1995003340 - err. B.S. 01.07.1995; bij arrest nr 70/96 van 11.12.1996 (B.S. 19.12.1996) heeft het Arbitragehof artikel 4, 2° vernietigd)


§ 1. Vorige beroepsverliezen worden achtereenvolgens van de winst van elk volgende belastbare tijdperk afgetrokken.

De aftrek mag per belastbaar tijdperk in geen geval meer bedragen dan 20 miljoen frank of, wanneer de winst na toepassing van de artikelen 202 tot 205, meer dan 40 miljoen frank bedraagt, de helft van die winst.

§ 2. Wanneer een vennootschap de inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid of van een algemeenheid van goederen heeft verkregen of een andere vennootschap door fusie of splitsing geheel of gedeeltelijk heeft overgenomen met toepassing van artikel 46, § 1, eerste lid, 2° en tweede lid, of van artikel 211, § 1, zijn de beroepsverliezen die de overnemende of verkrijgende vennootschap voor die inbreng of die overneming heeft geleden slechts definitief aftrekbaar naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde van de overnemende of verkrijgende vennootschap voor de verrichting in het totaal van de fiscale nettowaarden van die vennootschap en van de ingebrachte of overgenomen bestanddelen, eveneens voor de verrichting.

In geval van fusie met toepassing van artikel 211, § 1, zijn de beroepsverliezen die een overgenomen vennootschap voor die fusie heeft geleden bij de overnemende vennootschap bij voortduur aftrekbaar naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen van de eerstgenoemde vennootschap voor de fusie in het totaal van de fiscale nettowaarden, eveneens voor de fusie, van de overnemende vennootschap en van de overgenomen bestanddelen. In geval van splitsing met toepassing van artikel 211, § 1, geldt de vorenstaande regel op het gedeelte van het bedoelde beroepsverlies dat is bepaald naar verhouding van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen in de totale fiscale nettowaarde van de overgenomen vennootschap.

§ 3. In afwijking van de §§ 1 en 2, mogen de vorige beroepsverliezen in geen geval worden afgetrokken van de winst van het belastbare tijdperk, noch van enig ander later belastbaar tijdperk, wanneer het gemiddelde van de omzet en de financiële opbrengsten die zijn geboekt tijdens de boekjaren welke verbonden zijn met de drie vorige belastbare tijdperken, minder bedraagt dan 5 % van het gemiddelde van het totaal bedrag van de activa, zoals dat voorkomt in de jaarrekeningen van die boekjaren.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt, in plaats van de omzet en de financiële opbrengsten, in aanmerking genomen:

1° wanneer het vennootschappen betreft onderworpen aan de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, het totale bedrag van de rente-opbrengsten en soortgelijke opbrengsten, de opbrengsten van niet-vastrentende effecten, de ontvangen provisies en de overige bedrijfsopbrengsten;

2° wanneer het in artikel 56, § 2, 2°, h, vermelde verzekeringsondernemingen betreft, het totale bedrag van de brutopremies en de opbrengsten van beleggingen.