Artikel 217, WIB 92

Art. 217, eerste lid, treedt in werking op 01.01.2020 en is van toepassing op de verrichtingen die plaatsvinden vanaf 01.01.2020 (art. 10, 2°, en 17, 5de lid, W 30.07.2018 - B.S. 10.08.2018; Numac: 2018031626)

[Elke wijziging die vanaf 26.07.2017 aan de afsluitingsdatum van het boekjaar wordt aangebracht, blijft zonder uitwerking voor de toepassing van de in dit hoofdstuk bedoelde bepalingen (art. 17, 7de lid, W 30.07.2018 - B.S. 10.08.2018; Numac: 2018031626)]


Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt evenwel:

1° 15 % wat betreft:

- de belastbare bedragen bij een in de artikelen 46, § 1, tweede lid, 210, § 1, 5° en 6° en 211, § 1, zesde lid, vermelde verrichting;

- een meerwaarde verwezenlijkt naar aanleiding van een exclusief met nieuwe aandelen vergoede inbreng van een onroerend goed in een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in een gereglementeerde vastgoedvennootschap voor zover ze genieten van de toepassing van het regime voorzien in artikel 185bis;

2° (...)

3° (...)

4° 5 %, met betrekking tot kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers wordt toegekend in het kader van de steun aan de landbouw met het oog op vestiging en/of immateriële of materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen.

Het in het eerste lid, 4°, vermelde tarief geldt als de subsidies betrekking hebben op investeringen in materiële vaste activa of immateriële vaste activa die afschrijfbaar zijn en die niet als herbelegging worden aangemerkt krachtens de artikelen 44bis, 44ter, 47 en 194quater.

Geen van de bij de artikelen 199 tot 206 bepaalde aftrekken noch enige compensatie met het verlies van het belastbaar tijdperk mag worden verricht op de grondslag van de het eerste lid, 4°, vermelde belasting.

In geval van vervreemding van een in het eerste lid, 4°, vermeld vast actief, anders dan bij schadegeval, onteigening, opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, die gedurende de eerste drie jaren van de investering plaatsvindt, wordt de verlaagde belasting met betrekking tot dat vast actief niet meer verleend vanaf het belastbaar tijdperk waarin de vervreemding heeft plaatsgevonden.