Artikel 217, WIB 92
Art. 217, eerste lid, 1°, treedt in werking vanaf aanslagjaar 2016 op de verrichtingen en toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten vanaf 01.07.2016 (art. 14 en 24, progW 03.08.2016 - B.S. 16.08.2016, Numac: 2016003278)
Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt evenwel:
1° 16,5 % wat betreft:
- de belastbare bedragen bij een in de artikelen 46, § 1, tweede lid, 210, § 1, 5° en 6° en 211, § 1, zesde lid, vermelde verrichting;
- een meerwaarde verwezenlijkt naar aanleiding van een exclusief met nieuwe aandelen vergoede inbreng van een onroerend goed in een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in een gereglementeerde vastgoedvennootschap voor zover ze genieten van de toepassing van het regime voorzien in artikel 185bis;
2° 25 % wat betreft de niet in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde meerwaarden, verwezenlijkt of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, op aandelen waarvan de eventuele inkomsten in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, § 1, en 203 van de winst te worden afgetrokken en die belastbaar zijn in toepassing van artikel 192 omdat ze niet gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom werden behouden.
3° 0,40 % wat de meerwaarden betreft als bedoeld in artikel 192, § 1, eerste lid, als zij worden verwezenlijkt of vastgesteld door een vennootschap die, voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin de meerwaarde werd verwezenlijkt of vastgesteld, op grond van artikel 15, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen niet als kleine vennootschap wordt aangemerkt.
4° 5 %, met betrekking tot kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers wordt toegekend in het kader van de steun aan de landbouw met het oog op vestiging en/of immateriële of materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen.
Het in het eerste lid, 4°, vermelde tarief geldt als de subsidies betrekking hebben op investeringen in materiële vaste activa of immateriële vaste activa die afschrijfbaar zijn en die niet als herbelegging worden aangemerkt krachtens de artikelen 44bis, 44ter, 47 en 194quater.
Geen van de bij de artikelen 199 tot 206 bepaalde aftrekken noch enige compensatie met het verlies van het belastbaar tijdperk mag worden verricht op de grondslag van de het eerste lid, 4°, vermelde belasting.
In geval van vervreemding van een in het eerste lid, 4°, vermeld vast actief, anders dan bij schadegeval, onteigening, opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, die gedurende de eerste drie jaren van de investering plaatsvindt, wordt de verlaagde belasting met betrekking tot dat vast actief niet meer verleend vanaf het belastbaar tijdperk waarin de vervreemding heeft plaatsgevonden.
