Artikel 218, WIB 92

Art. 218, § 1, treedt in werking met ingang van het aanslagjaar 2014 (art. 45 en 51, 1ste lid, W 30.07.2013 - B.S. 01.08.2013; Numac: 2013204390)

[elke wijziging die vanaf 28 juni 2013 aangebracht werd of wordt aan de afsluitdatum van het boekjaar blijft zonder uitwerking voor de toepassing van de maatregelen in dit artikel (art. 51, 2de lid, W 30.07.2013 - B.S. 01.08.2013)]

[bij arrest nr. 24/2018 van 01.03.2018 (B.S. 28.05.2018, p. 44084), heeft het Grondwettelijk Hof artikel 45, W 30.07.2013, vernietigd, en handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepalingen voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2018, met uitzondering van de belastingaanslagen waarbij de ‘Fairness Taks’ werd geheven ten laste van de Belgische vennootschappen die binnen de werkingssfeer vallen van de richtlijn 2011/96/EU van de Raad van 30 november 2011 ‘betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten’ op de winst die zij hebben ontvangen van hun dochterondernemingen en die zij op hun beurt hebben uitgekeerd, waardoor de drempel bepaald in artikel 4, lid 3, van de richtlijn werd overschreden]

§ 1. De belasting berekend overeenkomstig de artikelen 215 tot 217 en de afzonderlijke aanslag bedoeld in artikel 219ter worden eventueel vermeerderd zoals vermeld in de artikelen 157 tot 168, ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan.

In afwijking van de artikelen 160 en 165, vinden de beperking van de vermeerdering tot 90 % en de verhoging van de berekeningsgrondslag tot 106 % van de Rijksbelasting evenwel geen toepassing.

§ 2. Ten name van een vennootschap die op grond van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschap wordt aangemerkt, is geen vermeerdering verschuldigd op de belasting die betrekking heeft op de eerste drie boekjaren vanaf haar oprichting.