Artikel 218, WIB 92
Art. 218, § 1, eerste lid, is vanaf aanslagjaar 2017 van toepassing op de verrichtingen die worden gedaan vanaf 08.12.2016 (art. 7 en 11, W 01.12.2016 - B.S. 08.12.2016; Numac: 2016003418)
[gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12.07.2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt]
§ 1. De belasting berekend overeenkomstig de artikelen 215 tot 217 en de afzonderlijke aanslag bedoeld in artikel 219ter, met uitsluiting van het in artikel 413/1, § 1, beoogd gedeelte van de belasting, worden eventueel vermeerderd zoals vermeld in de artikelen 157 tot 168, ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan.
In afwijking van de artikelen 160 en 165, vinden de beperking van de vermeerdering tot 90 % en de verhoging van de berekeningsgrondslag tot 106 % van de Rijksbelasting evenwel geen toepassing.
§ 2. Ten name van een vennootschap die op grond van artikel 15, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschap wordt aangemerkt, is geen vermeerdering verschuldigd op de belasting die betrekking heeft op de eerste drie boekjaren vanaf haar oprichting.
