Artikel 223, WIB 92
Art. 223, eerste lid, 1°, en derde lid, is van toepassing op de vanaf 01.01.2021 betaalde of toegekende inkomsten tijdens een belastbaar tijdperk dat ten vroegste verbonden is met het aanslagjaar 2022 (art. 47, 1° en 3°, en 60, 2de lid, W 21.01.2022 - B.S. 28.01.2022; Numac: 2022040046)
Art. 223, eerste lid, 4° en 5°, is van toepassing vanaf 01.01.2021 (art. 47, 2°, en 60, 11de lid, W 21.01.2022 - B.S. 28.01.2022; Numac: 2022040046)
De rechtspersonen vermeld in artikel 220, 2° en 3°, zijn eveneens belastbaar ter zake van:
1° kosten als bedoeld in de artikelen 57, eerste lid, en 195, § 1, eerste lid, voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, en van inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5°, die niet worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave;
2° de bijdragen en premies bedoeld in artikel 52, 3°, b, en 195, § 2, in zover zij niet voldoen, ofwel aan de grens bedoeld in artikel 53, 22°, ofwel aan de voorwaarden van en de grens bedoeld in artikel 59 en, wat de in artikel 195, § 2, bedoelde premies betreft, aan de voorwaarden van regelmatigheid bedoeld in artikel 195, § 1, tweede lid, de pensioenen, renten en andere als zodanig geldende toelagen bedoeld in artikel 52, 5°, in zover zij niet voldoen aan de voorwaarden van en de grens bedoeld in artikel 59 en de in artikel 53, 23°, bedoelde kapitalen;
3° de in artikel 53, 24°, bedoelde financiële voordelen of voordelen van alle aard.
4° een bedrag gelijk aan 17 % van het bedrag zoals bepaald overeenkomstig artikel 36, § 2, eerste tot twaalfde lid, wanneer in artikel 65 bedoelde voertuigen, al dan niet kosteloos, voor persoonlijk gebruik ter beschikking zijn gesteld;
5° in afwijking van de bepaling onder 4°, een bedrag gelijk aan 40 % van het bedrag zoals bepaald overeenkomstig artikel 36, § 2, eerste tot twaalfde lid, wanneer in artikel 65 bedoelde voertuigen, al dan niet kosteloos, voor persoonlijk gebruik ter beschikking zijn gesteld en wanneer de brandstofkosten verbonden met dit persoonlijk gebruik geheel of gedeeltelijk door de rechtspersoon ten laste zijn genomen.
De in artikel 32 bedoelde bedrijfsleiders worden voor de toepassing van het eerste lid met werknemers gelijkgesteld.
De aanslag bedoeld in het eerste lid, 1°, is niet van toepassing als de belastingplichtige aantoont dat het bedrag van de kosten bedoeld in artikel 57, eerste lid, van de voordelen van alle aard bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, of van de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5° opgenomen is in een door de verkrijger overeenkomstig artikel 305 ingediende aangifte of in een door de verkrijger in het buitenland ingediende gelijkaardige aangifte.
De aanslag bedoeld in het eerste lid, 1°, wordt niet toegepast indien de verkrijger op ondubbelzinnige wijze werd geïdentificeerd uiterlijk binnen 2 jaar en 6 maanden volgend op 1 januari van het betreffend aanslagjaar of indien het bedrag van de voordelen van alle aard bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, of van de kosten bedoeld in artikel 57, begrepen is in een aanslag die met akkoord van de binnenlandse verkrijger te zijnen name wordt gevestigd binnen de termijnen bedoeld in de artikelen 354, eerste en tweede lid, en 358.
