Artikel 261, WIB 92
Art. 261 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1992 (art. 40, W 22.12.1998 - B.S. 15.01.1999; Numac: 1998003665)
Art. 261 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1992 (art. 164, WIB; art. 165, WIB; art. 166, WIB; art. 167, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
De roerende voorheffing is verschuldigd en moet van de belastbare inkomsten worden ingehouden niettegenstaande elk hiermee strijdig beding:
1° door rijksinwoners, binnenlandse vennootschappen, verenigingen, instellingen, inrichtingen en lichamen, en aan de rechtspersonenbelasting onderworpen rechtspersonen die inkomsten van roerende goederen en kapitalen of loten van effecten van leningen verschuldigd zijn, zomede door aan de belasting van niet inwoners onderworpen belastingplichtigen die in België een inrichting hebben, op de resultaten waarvan inkomsten als vermeld in de artikelen 17, § 1, 2° tot 4°, en loten van effecten van leningen worden aangerekend;
2° door de in België gevestigde tussenpersonen die op enige wijze zijn betrokken bij de uitbetaling van inkomsten van roerende goederen en kapitalen van buitenlandse oorsprong of loten van effecten van leningen van buitenlandse oorsprong, tenzij hun wordt bewezen dat een vorige tussenpersoon de voorheffing heeft ingehouden;
