Artikel 261, WIB 92

Art. 261, eerste lid, 1°, 4°, en derde lid, is van toepassing op vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betaald of toegekend in uitvoering van zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, afgesloten vanaf 01.02.2005 (art. 54, W 15.12.2004 - B.S. 01.02.2005; Numac: 2005003036)


De roerende voorheffing is verschuldigd en moet van de belastbare inkomsten worden ingehouden niettegenstaande elk hiermee strijdig beding:

1° door rijksinwoners, binnenlandse vennootschappen, verenigingen, instellingen, inrichtingen en lichamen, en aan de rechtspersonenbelasting onderworpen rechtspersonen die inkomsten van roerende goederen en kapitalen en inkomsten als bedoeld in artikel 90, 6° of 11°, verschuldigd zijn, zomede door aan de belasting van niet-inwoners onderworpen belastingplichtigen die in België een inrichting hebben, op de resultaten waarvan inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 2° tot 4°, en inkomsten als bedoeld in artikel 90, 6° en 11°, worden aangerekend;

2° door de in België gevestigde tussenpersonen die op enige wijze zijn betrokken bij de uitbetaling van inkomsten van roerende goederen en kapitalen van buitenlandse oorsprong of loten van effecten van leningen van buitenlandse oorsprong, tenzij hun wordt bewezen dat een vorige tussenpersoon de voorheffing heeft ingehouden;

3° door beheersvennootschappen, die zijn erkend door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen om één of meerdere in artikel 119quater van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten vermelde fondsen voor belegging in schuldvorderingen te beheren, voor de door deze fondsen voor belegging in schuldvorderingen toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten.

4° door de in België gevestigde tussenpersonen die rechtstreeks aan de werkelijke verkrijger inkomsten als bedoeld in artikel 90, 11°, van buitenlandse oorsprong betalen.

In afwijking van het eerste lid, 2°, worden kredietinstellingen en beursvennootschappen niet als tussenpersonen aangemerkt wanneer zij inkomsten als bedoeld in het genoemde eerste lid, 2°, betalen aan een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of verrekenings- of vereffeningsinstelling die deze hoedanigheid verantwoordt.

Met betrekking tot de interest van leningen van financiële instrumenten en de in artikel 90, 11°, bedoelde inkomsten die worden betaald in uitvoering van een lening betreffende financiële instrumenten, gesloten en integraal vereffend door tussenkomst van een erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële instrumenten, is, in afwijking van het eerste lid, de schuldenaar van de roerende voorheffing welke deze voorheffing op de belastbare inkomsten moet inhouden niettegenstaande elke andersluidende overeenkomst, de beheerder van het erkend gecentraliseerd systeem. Onder "erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële instrumenten" wordt verstaan een systeem voor het lenen en ontlenen van financiële instrumenten dat tot doel heeft in laatste instantie de afwikkeling van orders tot overdracht van effecten te vergemakkelijken en dat geïntegreerd is in een vereffeningssysteem voor effecten zoals bedoeld in artikel 2, § 1, b, van de wet van 28. april 1999 houdende omzetting van de richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitief karakter van de afwikkeling van de betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen, of in een systeem van een andere Staat waarvan de wetgeving minstens in gelijkwaardige werkingsvoorwaarden voorziet, erkend door de minister van Financiën of zijn gedelegeerde. De Koning bepaalt de erkenningsvoorwaarden waaraan het systeem moet voldoen en de periode tijdens dewelke de erkenning kan worden verleend.