Artikel 345, WIB 92
Art. 345 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 250bis, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
§ 1. Een voorafgaand schriftelijk akkoord wordt door de administratie der directe belastingen gegeven omtrent het feit dat:
1° een verrichting als vermeld in de artikelen 206, derde en zesde lid, of 344 wel degelijk beantwoordt aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard;
2° een voordeel verleend in de omstandigheden als vermeld in artikel 26 niet abnormaal of goedgunstig is;
3° een betaling als vermeld in artikel 54 wel degelijk beantwoordt aan een werkelijke en oprechte verrichting en dat zij de normale grenzen niet overschrijdt;
4° dividenden beantwoorden aan de voorwaarden van aftrek als vermeld in artikel 203.
§ 2. Het in § 1 bedoelde akkoord is aan de administratie der directe belastingen tegenstelbaar en bindt haar voor de toekomst, wanneer één van de hierboven vermelde verrichtingen haar te goeder trouw werden voorgelegd vóór de verwezenlijking ervan.
§ 3. De administratie is niet gebonden door dit akkoord:
- indien blijkt dat de verrichtingen onvolledig of onjuist werden beschreven door de belastingplichtige;
- indien ze niet werden verwezenlijkt op de wijze omschreven door de belastingplichtige.
De administratie houdt op gebonden te zijn door dit akkoord, wanneer de gevolgen van de verrichtingen gewijzigd zijn door één of meer andere daarop volgende verrichtingen waaruit blijkt dat de verrichtingen waarover het akkoord werd gegeven niet meer voldoen aan de in § 1 gestelde voorwaarden.
§ 4. De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de toepassingsregels van dit artikel.
De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van dit artikel genomen besluiten.
