Artikel 37bis, WIB 92

Art. 37bis, § 2, eerste lid, is van toepassing 10 dagen na publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad (22.11.2018) (art. 7, W 30.10.2018 - B.S. 12.11.2018; Numac: 2018205624)

[Het Grondwettelijk Hof, bij arrest nr. 53/2020 van 23.04.2020 (B.S. 20.05.2020; Numac: 2020202097), vernietigt de wet van 18.07.2018 "betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie" (B.S. 26.07.2018; Numac: 2018040291) en de wet van 30.10.2018 "tot wijziging van de wet van 18.07.2018 betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992" (B.S. 12.11.2018; Numac: 2018205624); en handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepalingen voor de activiteiten geleverd tot en met 31.12.2020]


§ 1. Onverminderd de toepassing van de roerende voorheffing, worden vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betreffende financiële instrumenten die het voorwerp uitmaken van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of van een lening, aangemerkt als beroepsinkomsten wanneer de financiële instrumenten die het voorwerp zijn van de overeenkomst worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van die inkomsten.

De netto-inkomsten van deze vergoedingen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 98, tweede lid.

§ 2. Alle in artikel 90, eerste lid, 1°ter en 1°quater, vermelde inkomsten die voor een bepaalde kalendermaand zijn geregistreerd, worden als beroepsinkomsten aangemerkt wanneer het bruto bedrag van deze inkomsten, dat voor diezelfde kalendermaand is geregistreerd, meer bedraagt dan één twaalfde van het in het tweede lid vermelde bedrag, in voorkomend geval verhoogd voor specifieke categorieën van het verenigingswerk bij toepassing van artikel 12, § 3, tweede en derde lid, van de wet van 18 juli 2018 betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie.

De in artikel 90, eerste lid, 1°bis tot 1°quater, vermelde inkomsten worden, behoudens tegenbewijs, als beroepsinkomsten aangemerkt wanneer het bruto bedrag van die inkomsten met inbegrip van het bruto bedrag van de inkomsten die bij toepassing van het eerste lid als beroepsinkomsten worden aangemerkt in het kalenderjaar of in het vorige kalenderjaar meer bedraagt dan 3.830 euro (basisbedrag).