Artikel 37bis, WIB 92
Vanaf 01.01.2021
[Het Grondwettelijk Hof, bij arrest nr. 53/2020 van 23.04.2020 (B.S. 20.05.2020; Numac: 2020202097), vernietigt de wet van 18.07.2018 "betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie" (B.S. 26.07.2018; Numac: 2018040291) en de wet van 30.10.2018 "tot wijziging van de wet van 18.07.2018 betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992" (B.S. 12.11.2018; Numac: 2018205624); en handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepalingen voor de activiteiten geleverd tot en met 31.12.2020]
§ 1. Onverminderd de toepassing van de roerende voorheffing, worden vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betreffende financiële instrumenten die het voorwerp uitmaken van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of van een lening, aangemerkt als beroepsinkomsten wanneer de financiële instrumenten die het voorwerp zijn van de overeenkomst worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van die inkomsten.
De netto-inkomsten van deze vergoedingen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 98, tweede lid.
§ 2. De in artikel 90, eerste lid, 1°bis, vermelde inkomsten worden, behoudens tegenbewijs, als beroeps-inkomsten aangemerkt wanneer het bruto bedrag van die inkomsten in het belastbare tijdperk of in het vorige belastbare tijdperk meer bedraagt dan 3.255 euro (basisbedrag).
