Artikel 406, WIB 92

Art. 406 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 299ter, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456; art. 80, W 06.07.1994 - B.S. 16.07.1994; Numac: 1994003443)

Iedere hoofdaannemer die voor dienstverleningen in overeenstemming met door de Koning bepaalde werkzaamheden een beroep doet op een onderaannemer, is ertoe gehouden, bij iedere betaling voor die dienstverleningen aan de onderaannemer, 15 % van het bedrag dat hij verschuldigd is, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, in te houden en te storten aan de ambtenaar die door de Koning wordt aangewezen, volgens de nadere regels die Hij bepaalt.

De Koning kan, bij in Ministerraad overlegd besluit, onder de voorwaarden en volgens de regelen die Hij bepaalt, het in het eerste lid vastgestelde percentage verminderen of ervan vrijstellen.

De voor eenzelfde onderaannemer gestorte bedragen worden, in de orde die de Koning bepaalt, aangewend tot betaling van de bedragen die deze onderaannemer verschuldigd is op grond van dit Wetboek.

De Koning bepaalt op welke wijze, onder welke voorwaarden en binnen welke termijn, de onderaannemer het gestorte bedrag terugkrijgt, voor zover het niet werd aangewend voor de gestelde doeleinden.