Artikel 406, WIB 92
Art. 406 is van toepassing vanaf 01.01.1999 (art. 10, KB 26.12.1998 - B.S. 31.12.1998; Numac: 1998022867)
§ 1. Het ter uitvoering van artikel 403 gestorte bedrag wordt eerst aangewend tot aanzuivering van de in artikel 402 vermelde belastingschulden, de boeten en vervolgens voor de schulden inzake de belasting over de toegevoegde waarde.
§ 2. Voor ieder van de in § 1, bedoelde schulden wordt de aanwending in de navolgende volgorde toegerekend: eerst op de kosten, daarna op de nalatigheidsinteresten, vervolgens op de belastingverhogingen en tenslotte op de nog verschuldigde belastingen.
§ 3. De Koning bepaalt op welke wijze, onder welke voorwaarden en binnen welke termijn, de persoon op wiens schuldvordering het gestorte bedrag werd ingehouden, dit bedrag terugkrijgt in de mate dat het niet werd aangewend voor de gestelde doeleinden.
