Artikel 406, WIB 92

Art. 406, § 3, is van toepassing vanaf 01.01.2008 (art. 145, progW 27.04.2007 - B.S. 08.05.2007; Numac: 2007201505 - err. B.S. 23.05.2007 - err. B.S. 08.10.2007)

[de Koning bepaalt de vereiste overgangsmaatregelen wanneer de betrokken overheidsdiensten tegen 01.01.2008 nog niet kunnen beschikken over de passende informaticatoepassingen die nodig zijn voor de correcte uitvoering van deze aanpassing]

§ 1. Het ter uitvoering van artikel 403 gestorte bedrag wordt eerst aangewend tot aanzuivering van de in artikel 402 vermelde belastingschulden, de boeten en vervolgens voor de schulden inzake de belasting over de toegevoegde waarde.

§ 2. Voor ieder van de in § 1, bedoelde schulden wordt de aanwending in de navolgende volgorde toegerekend: eerst op de kosten, daarna op de nalatigheidsinteresten, vervolgens op de belastingverhogingen en tenslotte op de nog verschuldigde belastingen.

§ 3. De Koning bepaalt op welke wijze, onder welke voorwaarden en binnen welke termijn, de persoon op wiens schuldvordering het gestorte bedrag werd ingehouden, dit bedrag terugkrijgt in de mate dat de stortingen het bedrag van de schulden overschrijden.