Artikel 416, WIB 92

Art. 416, tweede lid, is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2004 (art. 129, progW 02.08.2002 - B.S. 29.08.2002; Numac: 2002003381 - err. B.S. 04.10.2002 - err. B.S. 13.11.2002 - err. B.S. 07.04.2003; inwerkingtreding: art. 1, KB 03.05.2003 - B.S. 09.05.2003)

In afwijking van artikel 414 en onverminderd de toepassing van de artikelen 444 en 445, is op het gedeelte van de belasting dat proportioneel verband houdt met de krachtens artikel 44bis, § 5, of 47, § 6, belastbaar geworden meerwaarden of met de krachtens artikel 194quater, § 4, belastbaar geworden investeringsreserve, een overeenkomstig artikel 414 berekende nalatigheidsinterest verschuldigd vanaf 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd waarvoor de vrijstelling werd toegestaan.

In afwijking van artikel 414 en onverminderd de toepassing van de artikelen 444 en 445, is op het gedeelte van de belasting dat proportioneel verband houdt met de krachtens artikel 194ter, § 2, vrijgestelde sommen, een overeenkomstig artikel 414 berekende nalatigheidsintrest verschuldigd vanaf 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd waarvoor de vrijstelling werd toegestaan.