Artikel 416, WIB 92
Art. 416, eerste lid, is van toepassing op de meerwaarden die zijn verwezenlijkt vanaf 01.01.2007 en voor zover de datum van de verwezenlijking ten vroegste behoort tot het belastbare tijdperk dat aan aanslagjaar 2008 verbonden is (art. 113, W 25.04.2007 - B.S. 08.05.2007; Numac: 2007201376 - err. B.S. 08.10.2007; inwerkingtreding: art. 2, KB 11.05.2007 - B.S. 24.05.2007)
[In artikel 416, tweede lid, WIB 92, zoals het bestond voor het werd gewijzigd bij de wet van 26 mei 2016, moeten de woorden "overeenkomstig artikel 194ter, § 4, tweede lid, " vanaf 8 juli 2013, voor de vóór 1 juli 2016 gesloten raamovereenkomsten worden gelezen als "overeenkomstig artikel 194ter, § 4, vierde lid, " (art. 17, W 25.12.2017 - B.S. 29.12.2017; Numac: 2017014381)]
In afwijking van artikel 414 en onverminderd de toepassing van de artikelen 444 en 445, is op het gedeelte van de belasting dat proportioneel verband houdt met de krachtens artikel 44bis, § 5, 44ter, § 5 of 47, § 6, belastbaar geworden meerwaarden of met de krachtens artikel 194quater, § 4, belastbaar geworden investeringsreserve, een overeenkomstig artikel 414 berekende nalatigheidsinterest verschuldigd vanaf 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd waarvoor de vrijstelling werd toegestaan.
In afwijking van artikel 414 en onverminderd de toepassing van de artikelen 444 en 445, is op het gedeelte van de belasting dat proportioneel verband houdt met de gereserveerde sommen welke belastbaar worden overeenkomstig artikel 194ter, § 4, tweede lid, tengevolge van het niet naleven van de voorwaarden als bedoeld in § 4, eerste lid, 3° tot 7°bis, van hetzelfde artikel, een nalatigheidsinterest verschuldigd, berekend overeenkomstig artikel 414, vanaf 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd waarvoor de vrijstelling werd toegestaan.
