Artikel 519ter, WIB 92

Art. 519ter is van toepassing vanaf 18.05.2007 (art. 106, W 25.04.2007 - B.S. 08.05.2007; Numac: 2006003250 - err. B.S. 08.10.2007)

[elke wijziging die vanaf 17.10.2006 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, heeft geen enkel gevolg voor de toepassing van dit artikel]


§ 1. In afwijking van de artikelen 215 en 246, eerste lid, wordt, voor de aanslagjaren 2008 tot 2010, het tarief van de vennootschapsbelasting of, voor de in artikel 227, 2°, vermelde belastingplichtigen, van de belasting van niet-inwoners verlaagd:

1° met betrekking tot de overeenkomstig artikel 511, § 1, bedoelde belastbare opnemingen op de investeringsreserve, die is aangelegd gedurende het aanslagjaar 1982;

2° met betrekking tot de overeenkomstig artikel 190, vierde lid, bedoelde belastbare opnemingen, die zijn verricht op de verwezenlijkte meerwaarden, andere dan deze bedoeld in de artikelen 44bis en 47 van dit wetboek en in artikel 115, § 2, van de programmawet van 2 augustus 2002, die zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 190, eerste tot derde lid, en die niet hoger zijn dan het totale bedrag van die meerwaarden die bestonden op het einde van het aan het aanslagjaar 2004 verbonden belastbaar tijdperk.

Het in het eerste lid vermelde tarief wordt bepaald:

- op 16,5 % voor het aanslagjaar 2008;

- op 20,75 % voor het aanslagjaar 2009; en

- op 25 % voor het aanslagjaar 2010.

De in het eerste lid vermelde tarieven worden bovendien voor de aanslagjaren 2008 tot 2010 verlaagd tot respectievelijk 10 %, 12 % en 14 % voor het gedeelte van de opnemingen dat overeenstemt met investeringen die tijdens het aan het desbetreffende aanslagjaar verbonden belastbaar tijdperk zijn verricht, in materiële vaste activa, andere dan deze welke vermeld zijn in artikel 75, 5°, of immateriële vaste activa, die afschrijfbaar zijn, die niet als herbelegging worden aangemerkt krachtens de artikelen 44bis, 44ter, 47 en 194quater en die voorheen nog niet in aanmerking werden genomen voor de toepassing van deze bepaling.

§ 2. Geen van de bij de artikelen 199 tot 206 bepaalde aftrekken noch compensatie met het verlies van het belastbaar tijdperk mag worden verricht op de grondslag van de in § 1 vermelde belasting.

In afwijking van artikel 276 mag geen voorheffing, noch forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting, noch belastingkrediet worden verrekend op de in § 1 vermelde belasting.

§ 3. De in § 1 vermelde belasting wordt eventueel vermeerderd zoals bepaald bij de artikelen 157 tot 159, 161 tot 164 en 166 tot 168, ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan.

§ 4. Artikel 463bis is niet van toepassing op de belasting die berekend is overeenkomstig de § 1 tot 3.