Artikel 51, WIB 92
Art. 51, tweede lid, 2°, en derde lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2011 (art. 115 en 126, 7de lid, progW 23.12.2009 - B.S. 30.12.2009; Numac: 2009021133)
Met betrekking tot andere bezoldigingen en baten dan vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen of baten, worden de beroepskosten, de in artikel 52, 7° en 8°, bedoelde bijdragen en sommen uitgezonderd, bij gebrek aan bewijzen forfaitair bepaald op percentages van het brutobedrag van die inkomsten, vooraf verminderd met voormelde bijdragen.
Die percentages bedragen:
1° voor bezoldigingen van werknemers:
a) 28,7 % van de eerste schijf van 3.750 euro (basisbedrag);
b) 10 % van de schijf van 3.750 euro (basisbedrag) tot 7.450 euro (basisbedrag);
c) 5 % van de schijf van 7.450 euro (basisbedrag) tot 12.400 euro (basisbedrag);
d) 3 % van de schijf boven 12.400 euro (basisbedrag);
2° voor bezoldigingen van bedrijfsleiders: 3 %;
3° voor bezoldigingen van meewerkende echtgenoten: 5 %;
4° voor baten: de in 1° vastgestelde percentages.
In geen geval mag het forfait meer bedragen dan 2.592,50 euro (basisbedrag) voor het geheel van de inkomsten van éénzelfde categorie als vermeld in het tweede lid, 1°, 3° en 4°, noch meer dan 1.555,50 euro (basisbedrag) voor het geheel van de inkomsten als vermeld in het tweede lid, 2°.
Met betrekking tot bezoldigingen van werknemers wordt het forfait, gelet op de uitzonderlijke kosten die voortvloeien uit de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, verhoogd met een bedrag bepaald volgens een door de Koning vastgestelde schaal.
