Artikel 51, WIB 92

Art. 51, tweede lid, 1°, a), b), c), d), en derde lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2002 (art. 1 en 7, § 1, KB 20.07.2000 – B.S. 30.08.2000; Numac: 2000003467 – err. B.S. 08.03.2001)

[Vervanging door in euro uitgedrukte bedragen]


Met betrekking tot andere bezoldigingen en baten dan vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen of baten, worden de beroepskosten, de in artikel 52, 7° en 8°, bedoelde bijdragen en sommen uitgezonderd, bij gebrek aan bewijzen forfaitair bepaald op percentages van het brutobedrag van die inkomsten, vooraf verminderd met voormelde bijdragen.

Die percentages bedragen:

1° voor bezoldigingen van werknemers:

a) 20 % van de eerste schijf van 3.750,00 euro (basisbedrag);

b) 10 % van de schijf van 3.750,00 euro (basisbedrag) tot 7.450,00 euro (basisbedrag);

c) 5 % van de schijf van 7.450,00 euro (basisbedrag) tot 12.400,00 euro (basisbedrag);

d) 3 % van de schijf boven 12.400,00 euro (basisbedrag);

2° voor bezoldigingen van bedrijfsleiders: 5 %;

3° (...)

4° voor baten: de in 1° vastgestelde percentages.

In geen geval mag het forfait meer bedragen dan 2.500,00 euro (basisbedrag) voor het geheel van de inkomsten van éénzelfde categorie als vermeld in het tweede lid, 1° tot 4°.

Met betrekking tot bezoldigingen van werknemers wordt het forfait, gelet op de uitzonderlijke kosten die voortvloeien uit de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, verhoogd met een bedrag bepaald volgens een door de Koning vastgestelde schaal.