Artikel 51, WIB 92
Art. 51, tweede lid, 2° en 3°, is van toepassing vanaf aanslagjaar 1998, in de mate dat het belastingplichtigen betreft als vermeld in artikel 220, 2°, WIB 92 (art. 9 en 49, 1ste lid, KB 20.12.1996 – B.S. 31.12.1996; Numac: 1996003699)
[Elke wijziging die vanaf 17.12.1996 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van deze artikelen]
Met betrekking tot andere bezoldigingen en baten dan vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen of baten, worden de beroepskosten, de in artikel 52, 7° en 8°, bedoelde bijdragen en sommen uitgezonderd, bij gebrek aan bewijzen forfaitair bepaald op percentages van het brutobedrag van die inkomsten, vooraf verminderd met voormelde bijdragen.
Die percentages bedragen:
1° voor bezoldigingen van werknemers:
a) 20 % van de eerste schijf van 150.000 frank;
b) 10 % van de schijf van 150.000 frank tot 300.000 frank;
c) 5 % van de schijf van 300.000 frank tot 500.000 frank;
d) 3 % van de schijf boven 500.000 frank;
2° voor bezoldigingen van bedrijfsleiders: 5 %;
3° (...)
4° voor baten: de in 1° vastgestelde percentages.
In geen geval mag het forfait meer bedragen dan 100.000 frank voor het geheel van de inkomsten van éénzelfde categorie als vermeld in het tweede lid, 1° tot 4°.
Met betrekking tot bezoldigingen van werknemers wordt het forfait, gelet op de uitzonderlijke kosten die voortvloeien uit de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, verhoogd met een bedrag bepaald volgens een door de Koning vastgestelde schaal.
