Artikel 56, WIB 92

Art. 56, § 2, 2°, f, g en j, is opgeheven met ingang van het aanslagjaar 1998 (art. 10, 4° en 5°, en 80 § 7, W 22.12.1998 - B.S. 15.01.1999; Numac: 1998003665)

§ 1. Voor de toepassing van artikel 55 wordt geen beperking toegepast voor sommen betaald door de kredietinstellingen onderworpen aan de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen evenals door de Nationale Bank van België en het Herdisconterings- en Waarborginstituut.

§ 2. Evenmin wordt enige beperking toegepast op de sommen die zijn betaald:

1° op openbaar uitgegeven obligaties en andere soortgelijke effecten van leningen;

2° aan een van de volgende instellingen:

a) de in § 1 vermelde instellingen;

b) vennootschappen vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 64 van 10 november 1967 tot regeling van het statuut van de portefeuillemaatschappijen, vervangen bij artikel 7 van de wet van 20 januari 1978 tot organisatie van de associatie der holdings bij de economische planning en tot wijziging van het statuut der portefeuillemaatschappijen;

c) kapitalisatieondernemingen die onder het koninklijk besluit nr. 43 van 15 december 1934 vallen;

d) ondernemingen van hypothecaire leningen onderworpen aan het koninklijk besluit nr. 225 van 7 januari 1936 tot reglementering van de hypothecaire leningen en tot inrichting van de controle op de ondernemingen van hypothecaire leningen, zomede hypotheekondernemingen onderworpen aan de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;

e) vennootschappen die uitsluitend of hoofdzakelijk de financiering van verkopen op afbetaling ten doel hebben en onder de toepassing vallen van de wet van 12 juni 1991;

f) (...)

g) (...)

h) Belgische verzekeringsondernemingen die binnenlandse vennootschappen zijn en Belgische inrichtingen van buitenlandse verzekeringsondernemingen;

i) de Nationale Investeringsmaatschappij en gewestelijke investeringsmaatschappijen die onder de wet van 2 april 1962 vallen;

j) (...)

k) Belgische inrichtingen van niet in a tot j vermelde openbare of private instellingen met rechtspersoonlijkheid, waarvan de werkzaamheid uitsluitend of hoofdzakelijk bestaat in het toestaan van kredieten en leningen.