Artikel 66, WIB 92

Art. 66, § 1/1, tweede lid (vervangen), treedt in werking op 01.01.2028 (art. 23, 3°, en 29, 3de lid, W 18.12.2025 - B.S. 30.12.2025; Numac: 2025009647)

Art. 66, § 1, treedt in werking op 01.01.2028 (art. 4, 2°, en 12, 8ste lid, W 25.11.2021 - B.S. 03.12.2021; Numac: 2021033910)


§ 1. Beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de in artikel 65 bedoelde voertuigen zijn niet aftrekbaar, tenzij het een voertuig betreft dat geen CO2 uitstoot, in welk geval het tarief van de aftrekbaarheid gebracht wordt op:

- 100 % indien het een vóór 1 januari 2027 aangekocht, geleased of gehuurd voertuig betreft;

- 95 % indien het een in 2027 aangekocht, geleased of gehuurd voertuig betreft.

- 90 % indien het een in 2028 aangekocht, geleased of gehuurd voertuig betreft.

§ 1/1. In afwijking van paragraaf 1, indien het in artikel 65 bedoelde voertuig een oplaadbaar hybridevoertuig is als bedoeld in artikel 36, § 2, tiende lid, zijn ook de beroepskosten, met uitsluiting van de brandstofkosten, met betrekking tot het gebruik van de bedoelde voertuigen, aftrekbaar tegen de volgende percentages:

a) met betrekking tot elektriciteitskosten: tegen het in paragraaf 1 bedoelde percentage;

b) wat de andere kosten betreft: tegen het percentage bepaald door de volgende formule:

120 %. - (0,5 % * gram CO2 per kilometer).

Het overeenkomstig het eerste lid, b), vastgestelde percentage mag niet hoger zijn dan:

- 75 % indien het een voertuig betreft dat vóór 1 januari 2028 is gekocht, geleased of gehuurd, tenzij het voertuig maximum 50 gram CO2 per kilometer uitstoot. In dat laatste geval mag het vastgestelde percentage niet hoger zijn dan het in paragraaf 1 bedoelde tarief voor voertuigen die geen CO2 uitstoten;

- 65 % indien het een voertuig betreft dat in 2028 is gekocht, geleased of gehuurd.

Indien het in artikel 65 bedoelde voertuig een oplaadbaar hybridevoertuig is, gekocht, geleased of gehuurd vanaf 1 januari 2018, dat uitgerust is met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO2 per kilometer of 75 gram indien de uitstoot berekend is volgens de Euro 6e1-bis norm of een latere norm, dan is het in het eerste lid bedoelde in aanmerking te nemen CO2-uitstootgehalte gelijk aan dit van het overeenstemmende voertuig dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof. Indien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de uitstootwaarde vermenigvuldigd met 2,5.

De Koning bepaalt wat moet worden verstaan onder overeenstemmend voertuig.

§ 2. De paragrafen 1 en 1/1 en artikel 550 zijn niet van toepassing:

1° op voertuigen die uitsluitend gebruikt worden voor een taxidienst of voor verhuring met bestuurder en op grond daarvan van de verkeersbelasting op de autovoertuigen vrijgesteld zijn;

2° op voertuigen die in erkende autorijscholen uitsluitend worden gebruikt voor praktisch onderricht en daartoe speciaal zijn uitgerust;

3° op voertuigen die uitsluitend aan derden worden verhuurd.

4° voor de kosten die aan derden worden doorgerekend, mits deze kosten uitdrukkelijk en afzonderlijk op factuur zijn vermeld.

5° voor de kosten met betrekking tot laadstations voor elektrische wagens.

§ 3. De in de paragrafen 1 en 1/1 en in artikel 550 bedoelde beroepskosten omvatten:

1° de kosten die zijn gedaan met betrekking tot de in paragraaf 2, 1° en 3°, bedoelde voertuigen die toebehoren aan derden en gedaan worden door de eindgebruiker van deze voertuigen;

2° het bedrag van de in dit artikel bedoelde kosten die aan derden worden terugbetaald;

3° de kosten van een voertuig dat ter beschikking wordt gesteld voor het persoonlijk gebruik door een derde, met uitzondering van het bedrag dat overeenstemt met het voordeel van alle aard dat op naam van die derde wordt belast en de eigen bijdrage van die derde voor het persoonlijk gebruik van dat voertuig.

§ 4. In afwijking van de paragrafen 1 en 1/1 en artikel 550 worden de beroepskosten met betrekking tot de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling met een in die bepalingen bedoeld voertuig forfaitair op 0,15 euro per afgelegde kilometer bepaald. Deze afwijking geldt niet voor voertuigen die, overeenkomstig artikel 5, § 1, 3°, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, van de verkeersbelasting zijn vrijgesteld, noch voor voertuigen waarvan de beroepskosten overeenkomstig paragraaf 1 niet aftrekbaar zijn.

§ 5. Het in § 4 vermelde forfaitair bedrag mag uitsluitend worden toegekend aan de belastingplichtige indien het betrokken voertuig:

1° hetzij zijn eigendom is;

2° hetzij op zijn naam is ingeschreven bij de Directie voor de Inschrijving van de Voertuigen;

3° hetzij door een huur- of leasingovereenkomst bestendig of gewoonlijk te zijner beschikking is;

4° hetzij aan zijn werkgever of vennootschap toebehoort en het eventueel voordeel voortspruitend uit het gebruik van dat voertuig op zijn naam wordt belast.

In de gevallen vermeld in het eerste lid, 1° tot 3°, mag dat forfait worden toegekend aan de echtgenoot of aan een kind van de belastingplichtige indien die echtgenoot of dat kind het voertuig gebruikt voor de in § 4 vermelde verplaatsing, met dien verstande evenwel dat het forfait slechts aan één enkele belastingplichtige mag worden toegekend voor het gezamenlijk afgelegde traject.

In de gevallen bedoeld in het eerste lid, 4°, mag dat forfait nooit meer bedragen dan het eventueel voordeel voortspruitend uit het gebruik van dat voertuig dat op naam van de belastingplichtige wordt belast, desgevallend verhoogd met de bijdrage bedoeld in artikel 36, § 2, laatste lid.