Artikel 7, WIB 92

Art. 7 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 7, § 1, 1ste en 2de lid, § 2, 2de lid, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)


§ 1. Inkomsten van onroerende goederen zijn:

1° voor niet verhuurde onroerende goederen: het kadastraal inkomen of de huurwaarde naar gelang die goederen in België of in het buitenland zijn gelegen;

2° voor verhuurde onroerende goederen:

a) het kadastraal inkomen, wanneer die goederen in België zijn gelegen en zijn verhuurd aan een natuurlijke persoon, die ze noch geheel, noch gedeeltelijk gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid;

b) het kadastraal inkomen, wanneer die goederen in België zijn gelegen, overeenkomstig de pachtwetgeving zijn verhuurd en door de huurder voor land- of tuinbouw worden gebruikt;

c) het totale bedrag van de huurprijs en de huurvoordelen dat niet lager mag zijn dan het kadastraal inkomen, wanneer het andere in België gelegen onroerende goederen betreft;

d) het totale bedrag van de huurprijs en de huurvoordelen wanneer het in het buitenland gelegen onroerende goederen betreft;

3° de bedragen verkregen bij vestiging of overdracht van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten.

§ 2. Wanneer een huurvoordeel bestaat in een eenmaal door de huurder gedane uitgave, wordt het bedrag ervan over de gehele duur van het huurcontract verdeeld.