Artikel 7, WIB 92

Art. 7, § 1, 1° en 2°, a), is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1995 (art. 1 en 29, § 1, 1°, W 30.03.1994 - B.S. 31.03.1994; Numac: 1994003236)


§ 1. Inkomsten van onroerende goederen zijn:

1° voor niet verhuurde onroerende goederen:

a) voor in België gelegen goederen:

- het kadastraal inkomen wanneer het gaat om ongebouwde onroerende goederen of de in artikel 16 vermelde woning;

- het kadastraal inkomen verhoogd met 25 % wanneer het andere goederen betreft;

b) voor in het buitenland gelegen goederen: de huurwaarde;

2° voor verhuurde onroerende goederen:

a) voor in België gelegen goederen verhuurd aan een natuurlijke persoon die ze noch geheel, noch gedeeltelijk gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid;

- het kadastraal inkomen wanneer het ongebouwde onroerende goederen betreft;

- het kadastraal inkomen verhoogd met 25 % wanneer het andere goederen betreft.

b) het kadastraal inkomen, wanneer die goederen in België zijn gelegen, overeenkomstig de pachtwetgeving zijn verhuurd en door de huurder voor land- of tuinbouw worden gebruikt;

c) het totale bedrag van de huurprijs en de huurvoordelen dat niet lager mag zijn dan het kadastraal inkomen, wanneer het andere in België gelegen onroerende goederen betreft;

d) het totale bedrag van de huurprijs en de huurvoordelen wanneer het in het buitenland gelegen onroerende goederen betreft;

3° de bedragen verkregen bij vestiging of overdracht van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten.

§ 2. Wanneer een huurvoordeel bestaat in een eenmaal door de huurder gedane uitgave, wordt het bedrag ervan over de gehele duur van het huurcontract verdeeld.