Artikel 7, WIB 92

Art. 7, § 1, 1°, a), tweede streepje, 2°, a), tweede streepje en bbis) en § 1, 2°, c), is van toepassing met ingang van aanslagjaar 1998, in de mate dat het belastingplichtigen betreft als vermeld in art. 220, 2°, WIB 92 (art. 2, KB 20.12.1996 - B.S. 31.12.1996; Numac: 1996003699)

[Elke wijziging die vanaf 17.12.1996 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van dit artikel (art. 49, 1ste lid)]


§ 1. Inkomsten van onroerende goederen zijn:

1° voor niet verhuurde onroerende goederen:

a) voor in België gelegen goederen:

- het kadastraal inkomen wanneer het gaat om ongebouwde onroerende goederen of de in artikel 16 vermelde woning;

- het kadastraal inkomen verhoogd met 40 % wanneer het andere goederen betreft;

b) voor in het buitenland gelegen goederen: de huurwaarde;

2° voor verhuurde onroerende goederen:

a) voor in België gelegen goederen verhuurd aan een natuurlijke persoon die ze noch geheel, noch gedeeltelijk gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid;

- het kadastraal inkomen wanneer het ongebouwde onroerende goederen betreft;

- het kadastraal inkomen verhoogd met 40 % wanneer het andere goederen betreft;

b) het kadastraal inkomen, wanneer die goederen in België zijn gelegen, overeenkomstig de pachtwetgeving zijn verhuurd en door de huurder voor land- of tuinbouw worden gebruikt;

bbis) het kadastraal inkomen verhoogd met 40 % wanneer het gaat om gebouwde onroerende goederen verhuurd aan een rechtspersoon die geen vennootschap is, met het oog op de onderverhuring ervan aan één of meer natuurlijke personen om uitsluitend als woning te worden gebruikt;

c) het totale bedrag van de huurprijs en de huurvoordelen dat niet lager mag zijn dan het kadastraal inkomen, wanneer het andere in België gelegen ongebouwde onroerende goederen betreft, of het kadastraal inkomen verhoogd met 40 % wanneer het andere in België gelegen gebouwde onroerende goederen betreft;

d) het totale bedrag van de huurprijs en de huurvoordelen wanneer het in het buitenland gelegen onroerende goederen betreft;

3° de bedragen verkregen bij vestiging of overdracht van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten.

§ 2. Wanneer een huurvoordeel bestaat in een eenmaal door de huurder gedane uitgave, wordt het bedrag ervan over de gehele duur van het huurcontract verdeeld.