Artikel 113, WIB 92
Art. 113 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art 18, W 06.07.1994 - B.S. 16.07.1994; Numac: 1994003443)
§ 1. De in artikel 104, eerste lid, 7°, vermelde uitgaven voor kinderoppas zijn aftrekbaar onder de volgende voorwaarden:
1° de uitgaven zijn gedaan voor kinderen die de leeftijd van drie jaar niet hebben bereikt;
2° de belastingplichtige verkrijgt beroepsinkomsten;
3° de uitgaven zijn betaald aan instellingen die erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd worden door Kind en Gezin, door het Office de la naissance et de l'enfance of door de Executieve van de Duitstalige gemeenschap of aan zelfstandige onthaalgezinnen of aan kinderdagverblijven die onder toezicht staan van de voormelde instellingen;
4° de echtheid en het bedrag van de uitgaven worden verantwoord door bewijsstukken die bij de aangifte zijn gevoegd.
§ 2. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit het hoogst aftrekbare bedrag per oppasdag en per kind bepalen, welk bedrag niet lager dan 160 frank mag zijn.
