Artikel 113, WIB 92

Art. 113, § 1, 3°, a), is van toepassing vanaf 24.03.2007 (art. 133, W 01.03.2007 - B.S. 14.03.2007; Numac: 2007200604)

§ 1. De in artikel 104, 7°, vermelde uitgaven voor kinderoppas zijn aftrekbaar onder de volgende voorwaarden:

1° de uitgaven hebben betrekking op het vergoeden van kinderoppas buiten de normale lesuren tijdens dewelke het kind onderwijs volgt en moeten gedaan zijn voor kinderen die de leeftijd van twaalf jaar niet hebben bereikt;

2° de belastingplichtige verkrijgt beroepsinkomsten;

3° de uitgaven zijn betaald:

a) ofwel aan instellingen of opvangvoorzieningen die worden erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd:

- door Kind en Gezin, door het "Office de la Naissance et de l'Enfance"; of door de regering van de Duitstalige Gemeenschap;

- of door de lokale openbare besturen of openbare besturen van de gemeenschappen, andere dan de in het eerste streepje vermelde besturen, of van de gewesten;

b) ofwel aan kinderdagverblijven of zelfstandige opvanggezinnen die onder toezicht staan van de in a), eerste streepje, vermelde instellingen;

c) ofwel aan kleuter- of lagere scholen of aan instellingen of opvangvoorzieningen die verbonden zijn met de school of de inrichtende macht;

4° de echtheid en het bedrag van de uitgaven worden verantwoord door bewijsstukken die bij de aangifte zijn gevoegd.

§ 2. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit het hoogst aftrekbare bedrag per oppasdag en per kind bepalen, welk bedrag niet lager dan 4 euro mag zijn.