Artikel 113, WIB 92
Art. 113, § 1, 1° en 3°, is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 2006 (art. 2, W 06.07.2004 - B.S. 05.08.2004; Numac: 2004003299)
§ 1. De in artikel 104, 7°, vermelde uitgaven voor kinderoppas zijn aftrekbaar onder de volgende voorwaarden:
1° de uitgaven zijn gedaan voor kinderen die de leeftijd van twaalf jaar niet hebben bereikt;
2° de belastingplichtige verkrijgt beroepsinkomsten;
3° de uitgaven zijn betaald:
- ofwel aan instellingen die erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd worden door Kind en Gezin, door het "Office de la Naissance et de l'Enfance"; of door de Executieve van de Duitstalige Gemeenschap;
- ofwel aan kinderdagverblijven of zelfstandige opvanggezinnen die onder toezicht staan van de voormelde instellingen;
- ofwel aan kleuter- of lagere scholen;
4° de echtheid en het bedrag van de uitgaven worden verantwoord door bewijsstukken die bij de aangifte zijn gevoegd.
§ 2. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit het hoogst aftrekbare bedrag per oppasdag en per kind bepalen, welk bedrag niet lager dan 4 euro mag zijn.
