Artikel 145^1, WIB 92

Art. 145^1, 1°, is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1994 (art. 86 en 101, W 28.12.1992 - B.S. 31.12.1992; Numac: 1992003810 - err. B.S. 18.02.1993)

Art. 145^1 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1993 (art. 86 en 101, W 28.12.1992 - B.S. 31.12.1992; Numac: 1992003810 - err. B.S. 18.02.1993)

[De betalingen met betrekking tot het jaar 1992 die vóór 4 augustus 1992 werden gestort in het kader van het pensioensparen als vermeld in artikel 145^1, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, moeten op vraag van de verzekerde of van de spaarrekeninghouder worden terugbetaald. De Koning stelt de voorwaarden vast alsmede de regels voor de uitvoering van de terugbetaling (art. 102, W 28.12.1992 - B.S. 31.12.1992; Numac: 1992003810 - err. B.S. 18.02.1993)]


Binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 145^2 tot 145^16 wordt een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald:

1° als persoonlijke bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood met het oog op het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden en die door de werkgever op de bezoldigingen zijn ingehouden;

2° als bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief in België heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden;

3° als betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening die is aangegaan om een in België gelegen woning te bouwen, te verwerven of te verbouwen en gewaarborgd is door een tijdelijke verzekering bij overlijden met afnemend kapitaal;

4° als betalingen in geld voor aandelen waarop de belastingplichtige als werknemer heeft ingeschreven en die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van de binnenlandse vennootschap die de belastingplichtige tewerkstelt of waarvan de vennootschap - werkgeefster in de zin van de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen onweerlegbaar wordt geacht een dochter- of kleindochteronderneming te zijn;

5° als betalingen voor het pensioensparen.