Artikel 308, WIB 92
Art. 308 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 215, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
§ 1. De belastingplichtigen voor wie op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, de gronden van belastbaarheid, inzake personenbelasting of als niet rijksinwoners inzake belasting van niet inwoners overeenkomstig de artikelen 243 tot 245 aanwezig zijn, moeten hun aangifte aan de betrokken dienst doen toekomen binnen de op het formulier aangegeven termijn, die niet korter mag zijn dan één maand te rekenen vanaf de verzending ervan.
§ 2. Indien de in § 1 gestelde termijn niet is verlopen op de datum van overlijden van de belastingplichtige die gehouden is aangifte te doen, bedraagt hij voor de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden vijf maanden vanaf die datum.
§ 3. De in § 1 bedoelde belastingplichtigen die niet van de hernieuwing van hun aangifte zijn vrijgesteld en die geen formulier hebben ontvangen, zijn gehouden bij de aanslagdienst waaronder zij ressorteren en uiterlijk op 1 juni van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, een formulier aan te vragen en, zo zulks nodig is, de termijn te vermelden waarop ze in voorkomend geval ingevolge § 2 aanspraak hebben.
§ 4. De in § 1 bedoelde belastingplichtigen die aanspraak kunnen maken op de vrijstelling van de hernieuwing van hun aangifte, zijn evenwel gehouden spontaan en schriftelijk, uiterlijk op 1 juni van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, aan de aanslagdienst waaronder zij ressorteren kennis te geven van elke wijziging in hun burgerlijke stand of in hun gezinslasten, en van elke wijziging in het bedrag van hun andere inkomsten dan beroepsinkomsten en in dat van de desbetreffende voorheffingen.
De aldus ter kennis gebrachte gegevens hebben dezelfde waarde als een in de voorgeschreven vormen en termijnen gedane aangifte.
