Artikel 308, WIB 92
Art. 308, § 1, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2014 (art. 28 en 36, 2de lid, W 17.06.2013 - B.S. 28.06.2013; Numac: 2013003202; err. B.S. 05.07.2013 - err. B.S. 05.08.2013 - err. B.S. 17.09.2013 - err. B.S. 27.11.2013)
[Covid-19. Inwerkingtreding: 01.03.2020
In afwijking van artikel 308, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 juni 2013, kunnen de aangifteformulieren inzake de vennootschapsbelasting, de rechtspersonen-belasting en de belasting van niet-inwoners-vennootschappen met een uiterste indieningsdatum tussen 16 maart 2020 en 30 april 2020, rechtsgeldig worden ingediend tot en met 30 april 2020.
(art. 1 en 16, Bijzondere-machtenbesluit nr. 7, 19.04.2020 - B.S. 24.04.2020; Numac: 2020030729)]
§ 1. De in artikel 305 beoogde belastingplichtigen voor wie op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, de gronden voor belastbaarheid zoals bedoeld in artikel 360, inzake personenbelasting of als niet-rijksinwoners inzake belasting van niet-inwoners, aanwezig zijn, moeten hun aangifte aan de dienst die op het formulier is vermeld doen toekomen binnen de op het formulier aangegeven termijn, die niet korter mag zijn dan één maand te rekenen vanaf de verzending ervan.
§ 2. Indien de in § 1 gestelde termijn niet is verlopen op de datum van overlijden van de belastingplichtige die gehouden is aangifte te doen, bedraagt hij voor de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden vijf maanden vanaf die datum.
§ 3. De in § 1 bedoelde belastingplichtigen die geen aangifteformulier hebben ontvangen, moeten bij de aanslagdienst waaronder zij ressorteren uiterlijk op 1 juni van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd een aangifteformulier aanvragen en, zo zulks nodig is, de termijn vermelden waarop zij in voorkomend geval ingevolge § 2 aanspraak kunnen maken.
Deze verplichting geldt niet voor:
- belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 306 van aangifteplicht zijn vrijgesteld;
- de belastingplichtigen die er, voor het voorgaand aanslagjaar, in de elektronische aangifte als bedoeld in artikel 307bis niet voor hebben gekozen om voor het daaropvolgend aanslagjaar hun aangifte in te dienen op het formulier bedoeld in artikel 307;
- de belastingplichtigen die, voor het voorgaand aanslagjaar, een elektronische aangifte als bedoeld in artikel 307bis hebben ingediend door tussenkomst van een mandataris en die voor het lopende aanslagjaar dat mandaat niet hebben beëindigd.
