Artikel 463bis, WIB 92

Art. 463bis, § 1, 1°, treedt in werking met ingang van het aanslagjaar 2014 (art. 49 en art. 51, eerste lid, W 30.07.2013 - B.S. 01.08.2013; Numac: 2013204390)

[Elke wijziging die vanaf 28 juni 2013 aangebracht werd of wordt aan de afsluitdatum van het boekjaar blijft zonder uitwerking voor de toepassing van de maatregelen in dit artikel (art. 51, tweede lid, W 30.07.2013 - B.S. 01.08.2013)]

[bij arrest nr. 24/2018 van 01.03.2018 (B.S. 28.05.2018, p. 44084), heeft het Grondwettelijk Hof artikel 49, W 30.07.2013, vernietigd, en handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepalingen voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2018, met uitzondering van de belastingaanslagen waarbij de "Fairness Tax" werd geheven ten laste van de Belgische vennootschappen die binnen de werkingssfeer vallen van de richtlijn 2011/96/EU van de Raad van 30 november 2011 "betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten" op de winst die zij hebben ontvangen van hun dochterondernemingen en die zij op hun beurt hebben uitgekeerd, waardoor de drempel bepaald in artikel 4, lid 3, van de richtlijn werd overschreden]

§ 1. Als aanvullende crisisbijdrage worden uitsluitend in het voordeel van de Staat, 3 opcentiemen gevestigd:

1° op de vennootschapsbelasting, op de rechtspersonenbelasting voor rechtspersonen vermeld in artikel 220, 2° en 3°, en, voor de in artikel 227, 2° en 3° beoogde belastingplichtigen met uitzondering van de vreemde Staten en hun staatkundige onderdelen en plaatselijke gemeenschappen, op de belasting van niet-inwoners met inbegrip van de afzonderlijke aanslagen vermeld in de artikelen 219bis, 219ter en 246, eerste lid, 2° en 3°; de aanvullende crisisbijdragen worden berekend op die belastingen vastgesteld:

- vóór verrekening van de voorafbetalingen vermeld in de artikelen 218, 226 en 246, eerste lid, 1°, en tweede lid, van de voorheffingen, van het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting en van het belastingkrediet vermeld in de artikelen 277 tot 296;

- vóór toepassing van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen als vermeld in het eerste streepje zijn gedaan;

2° op de belasting met betrekking tot sommige meerwaarden verwezenlijkt door de in artikel 227, 3° beoogde belastingplichtigen, gevestigd en ingevorderd overeenkomstig artikel 301.

De aanvullende crisisbijdragen worden gelijkgesteld met de belasting of de voorheffing waarop zij worden berekend. De in de artikelen 218, 226 en 246, eerste lid, 1°, en tweede lid, 270 tot 275 vermelde bepalingen inzake voorafbetalingen en bedrijfsvoorheffing zijn daarop van toepassing voor zover die bepalingen van toepassing zijn op de belasting of de voorheffing die tot grondslag ervan dient.

De aanvullende crisisbijdragen zijn niet als beroepskosten aftrekbaar indien de belasting of de voorheffing waarop zij worden berekend niet als beroepskosten wordt aangemerkt.

§ 2. Voor de toepassing van § 1, eerste lid, 1° en tweede lid:

1° (...)

2° is artikel 218, tweede lid, niet van toepassing voor zover het artikel 165 betreft; het in artikel 165 bedoelde percentage van 106 wordt evenwel tot 103 verminderd;

3° wordt in artikel 304 als belasting verstaan, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en, voor de in artikel 227, 2° en 3° beoogde belastingplichtigen met uitzondering van de vreemde Staten en hun staatkundige onderdelen en plaatselijke gemeenschappen, de belasting van niet-inwoners, verhoogd met de aanvullende crisisbijdragen.