Artikel 463bis, WIB 92
Art. 463bis, § 1, eerste lid, inleidende zin, en § 3, treedt in werking op 01.01.2018 en is van toepassing vanaf aanslagjaar 2019 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 01.01.2018 (art. 82 en 86 A, W 25.12.2017 - B.S. 29.12.2017; Numac: 2017014414)
[Hoofdstuk 1, W 25.12.2017 (B.S. 29.12.2017; Numac: 2017014414) heeft inzonderheid de gedeeltelijke omzetting tot doel van richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt en de omzetting van richtlijn (EU) 2017/952 van de Raad van 29 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/1164 wat betreft hybridemismatches met derde landen (art. 2, W 25.12.2017 - B.S. 29.12.2017; Numac: 2017014414)]
[Elke wijziging die vanaf 26 juli 2017 aan de afsluitingsdatum van het boekjaar wordt aangebracht, blijft zonder uitwerking voor de toepassing van de in dit hoofdstuk bedoelde bepalingen (art. 86 D, W 25.12.2017 - B.S. 29.12.2017; Numac: 2017014414)]
§ 1. Als aanvullende crisisbijdrage worden uitsluitend in het voordeel van de Staat, 2 opcentiemen gevestigd:
1° op de vennootschapsbelasting, op de rechtspersonenbelasting voor rechtspersonen vermeld in artikel 220, 2° en 3°, en, voor de in artikel 227, 2° en 3° beoogde belastingplichtigen met uitzondering van de vreemde Staten en hun staatkundige onderdelen en plaatselijke gemeenschappen, op de belasting van niet-inwoners met uitzondering van de in artikel 219quater vermelde afzonderlijke aanslag; de aanvullende crisisbijdragen worden berekend op die belastingen vastgesteld:
- vóór verrekening van de voorafbetalingen vermeld in de artikelen 218, 226 en 246, eerste lid, 1°, en tweede lid, van de voorheffingen, van het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting en van het belastingkrediet vermeld in de artikelen 277 tot 296;
- vóór toepassing van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen als vermeld in het eerste streepje zijn gedaan;
2° op de belasting met betrekking tot sommige meerwaarden verwezenlijkt door de in artikel 227, 3° beoogde belastingplichtigen, gevestigd en ingevorderd overeenkomstig artikel 301.
De aanvullende crisisbijdragen worden gelijkgesteld met de belasting of de voorheffing waarop zij worden berekend. De in de artikelen 218, 226 en 246, eerste lid, 1°, en tweede lid, 270 tot 275 vermelde bepalingen inzake voorafbetalingen en bedrijfsvoorheffing zijn daarop van toepassing voor zover die bepalingen van toepassing zijn op de belasting of de voorheffing die tot grondslag ervan dient.
De aanvullende crisisbijdragen zijn niet als beroepskosten aftrekbaar indien de belasting of de voorheffing waarop zij worden berekend niet als beroepskosten wordt aangemerkt.
§ 2. Voor de toepassing van § 1, eerste lid, 1° en tweede lid:
1° (...)
2° is artikel 218, tweede lid, niet van toepassing voor zover het artikel 165 betreft; het in artikel 165 bedoelde percentage van 106 wordt evenwel tot 103 verminderd;
3° wordt in artikel 304 als belasting verstaan, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en, voor de in artikel 227, 2° en 3° beoogde belastingplichtigen met uitzondering van de vreemde Staten en hun staatkundige onderdelen en plaatselijke gemeenschappen, de belasting van niet-inwoners, verhoogd met de aanvullende crisisbijdragen.
§ 3. Dit artikel is niet van toepassing op de belasting die berekend is overeenkomstig de artikelen 217, eerste lid, 4°, 217/1, en 246, derde lid.
