Artikel 463bis, WIB 92
Art. 463bis, treedt in werking met ingang van het aanslagjaar 1994 (art. 25, W 30.03.1994 - B.S. 31.03.1994; Numac: 1994003236)
§ 1. Als aanvullende crisisbijdrage worden, uitsluitend in het voordeel van de Staat, 3 opcentiemen gevestigd:
1° op de personenbelasting, op de vennootschapsbelasting, op de rechtspersonenbelasting voor rechtspersonen vermeld in artikel 220, 2° en 3°, en op de belasting van niet-inwoners met uitzondering van de vreemde Staten en hun staatkundige onderdelen en plaatselijke gemeenschappen, met inbegrip van de bijzondere afzonderlijke aanslagen vermeld in de artikelen 219 en 246, 2°; de aanvullende crisisbijdragen worden berekend op die belastingen vastgesteld:
- vóór verrekening van de voorafbetalingen vermeld in de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, laatste lid en 246, 1°, van de voorheffingen en van het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting vermeld in de artikelen 277 tot 296;
- vóór toepassing van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen als vermeld in de eerste gedachtenstreep zijn gedaan of van de daaraan verbonden bonificatie en vóór toepassing van de 6 opcentiemen vermeld in artikel 245;
2° op de roerende voorheffing;
3° op de belasting met betrekking tot sommige meerwaarden verwezenlijkt door niet-inwoners, gevestigd en ingevorderd overeenkomstig artikel 301;
4° op de bijzondere heffing op roerende inkomsten ingevoerd door artikel 42 van de wet van 28 december 1983 houdende fiscale en begrotingsbepalingen;
5° op de bijzondere aanslag gevestigd ten name van de electriciteitsproducenten, ingevoerd door artikel 35, § 1, van de wet van 28 december 1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen; zij wordt berekend op die bijzondere aanslag vastgesteld vóór verrekening van de voorafbetalingen vermeld in artikel 36 van voormelde wet en vóór toepassing van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan.
De aanvullende crisisbijdragen worden gelijkgesteld met de belasting of de voorheffing waarop zij worden berekend. De in de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, derde lid, 246, 1°, 270 tot 275 en in artikel 36 van de wet van 28 december 1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen vermelde bepalingen inzake voorafbetalingen en bedrijfsvoorheffing zijn daarop van toepassing voor zover die bepalingen van toepassing zijn op de belasting of de voorheffing die tot grondslag ervan dient.
De aanvullende crisisbijdragen zijn niet als beroepskosten aftrekbaar indien de belasting of de voorheffing waarop zij worden berekend niet als beroepskosten wordt aangemerkt.
De aanvullende gemeentebelasting en de aanvullende agglomeratiebelasting op de personenbelasting vermeld in artikel 466 zijn niet van toepassing op de aanvullende crisisbijdrage op de personenbelasting.
§ 2. Voor de toepassing van § 1, eerste lid, 1° en tweede lid:
1° worden de in artikel 58 vermelde forfaitaire aanslagvoeten en het minimum van 20 % verhoogd met 3 opcentiemen;
2° wordt het in de artikelen 165 en 175 vermelde percentage van 106 op 109 gebracht;
3° is artikel 218, tweede lid, niet van toepassing voor zover het artikel 165 betreft; het in het 2° van deze paragraaf bedoelde percentage van 109 % wordt evenwel tot 103 % verminderd;
4° wordt in artikel 304 als belasting verstaan, de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en de belasting van niet-inwoners verhoogd met de aanvullende crisisbijdragen.
§ 3. Voor de toepassing van § 1, eerste lid, 2°, wordt het met 3 opcentiemen verhoogde tarief van de roerende voorheffing afgerond tot het hogere of lagere honderdste van een punt naargelang het cijfer van de duizendsten van een punt al dan niet 5 bereikt.
