Artikel 145^24, WIB 92
Art. 145^24, § 1, zevende lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2010 (art. 121, c, en 126, 2de lid, W 23.12.2009 - B.S. 30.12.2009; Numac: 2009021133 - err. B.S. 25.06.2010)
§ 1. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor een rationeler energiegebruik in een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder is:
1° uitgaven voor de vervanging van oude stookketels of voor het onderhoud van een stookketel;
2° uitgaven voor de installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie;
3° uitgaven voor de plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie;
3°bis uitgaven voor de plaatsing van alle andere uitrustingen voor geothermische energieopwekking;
4° uitgaven voor de plaatsing van dubbele beglazing;
5° uitgaven voor de isolatie van daken, de muren en de vloeren;
6° uitgaven voor de plaatsing van een warmteregeling van een installatie van centrale verwarming door middel van thermostatische kranen of door een kamerthermostaat met tijdsinschakeling;
7° uitgaven voor een energie-audit van de woning.
De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die:
a) in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten;
b) recht geven op de in artikel 69 vermelde investeringsaftrek.
De belastingvermindering is gelijk aan 40 % van de werkelijk gedane uitgaven bedoeld in het eerste lid.
Het totaal van de verschillende belastingverminderingen mag per belastbaar tijdperk en per woning niet meer bedragen dan 2.000 euro. Dit bedrag wordt echter verhoogd met 600 euro voorzover deze verhoging uitsluitend betrekking heeft op de uitgaven als bedoeld in het eerste lid, 2° of 3°.
Wanneer het totaal van de verschillende belastingverminderingen het in het vierde lid beoogde grensbedrag overschrijdt, kan het overschot worden overgedragen op de drie belastbare tijdperken volgend op dat waarin de uitgaven werkelijk werden gedaan, zonder per belastbaar tijdperk, de uitgaven van het belastbaar tijdperk inbegrepen, het voormelde grensbedrag te overschrijden. Deze overdracht is enkel van toepassing wanneer de in het eerste lid bedoelde uitgaven betrekking hebben op werken die worden verricht aan een woning waarvan de ingebruikneming ten minste vijf jaar voorafgaat aan de aanvang van die werken.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering voor de uitgaven met betrekking tot een in het eerste lid bedoelde woning evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de werken in verband met de in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten voldoen en de volgorde waarin de in deze paragraaf bedoelde verminderingen worden aangerekend.
§ 2. Er wordt een belastingvermindering verleend aan de belastingplichtige die als eigenaar, bezitter, erfpachter of opstalhouder investeert in:
1° het bouwen van een passiefhuis;
2° het in nieuwe staat verwerven van een passiefhuis;
3° de volledige of gedeeltelijke vernieuwing van een onroerend goed om het te verbouwen tot een passiefhuis.
Onder passiefhuis wordt verstaan een woning die is gelegen in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° de totale energievraag voor ruimteverwarming en koeling moet beperkt blijven tot 15 kWh/m2 geklimatiseerde vloeroppervlakte;
2° bij een luchtdichtheidsproef (overeenkomstig de norm NBN EN 13829) met een drukverschil tussen binnen- en buitenomgeving van 50 pascal is het luchtverlies niet groter dan 60 % van het volume van de woning per uur (n50 niet groter dan 0,6/uur).
De belastingvermindering bedraagt 600 euro per belastbaar tijdperk en per woning.
De belastingvermindering wordt verleend gedurende 10 opeenvolgende belastbare tijdperken vanaf het belastbaar tijdperk waarin is vastgesteld dat de woning een passiefhuis is. Die vaststelling blijkt uit een certificaat dat wordt uitgereikt door een door de Koning erkende instelling of een gelijkwaardige instelling die is gevestigd in de Europese Economische Ruimte.
De belastingvermindering wordt niet meer verleend vanaf het belastbaar tijdperk waarin de belastingplichtige niet langer eigenaar, bezitter, erfpachter of opstalhouder is van de in het eerste lid bedoelde woning. De toestand wordt beoordeeld op de laatste dag van het belastbaar tijdperk.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering voor de uitgaven met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde woning evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten.
Wanneer afzonderlijke aanslagen in hoofde van meerdere in het eerste lid bedoelde belastingplichtigen worden gevestigd, wordt de belastingvermindering aan elke belastingplichtige toegekend, evenredig met het gedeelte van elke belastingplichtige in het kadastraal inkomen van die woning.
De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van het certificaat als bedoeld in het vierde lid. De erkende instelling stelt de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde in kennis van het uitreiken van een certificaat. Deze kennisgeving geschiedt in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt. In voorkomend geval, moet de belastingplichtige het certificaat dat wordt uitgereikt door de instelling die is gevestigd in de Europese Economische Ruimte, ter beschikking van de administratie houden.
De certificaten van "kwaliteitsverklaring passiefhuis" uitgereikt door "VZW Passiefhuis-Platform" en van "maison passive" uitgereikt door "Plate-forme Maison passive ASBL" voor de inwerkingtreding van de wet van 27 april 2007 vervangen, voor de toepassing van de belastingvermindering, het in het vierde lid bedoelde certificaat voor zover de woning wel degelijk beantwoordt aan de in het tweede lid vastgelegde normen. Deze certificaten worden geacht te zijn uitgereikt op 1 januari 2007.
§ 3. Een belastingvermindering wordt verleend aan de in § 1, eerste lid, bedoelde belastingplichtige voor de interesten die betrekking hebben op leningovereenkomsten als bedoeld in artikel 2 van de economische herstelwet van 27 maart 2009.
De belastingvermindering bedraagt 40 % van de interesten die werkelijk werden gedragen tijdens het belastbaar tijdperk na aftrek van de tussenkomst van de Staat bedoeld in artikel 2 van de economische herstelwet van 27 maart 2009.
De belastingvermindering is niet van toepassing op de interesten:
a) die in aanmerking werden genomen als werkelijke beroepskosten;
b) waarvoor de toepassing van de artikelen 14, 104, 9°, of 526 werd gevraagd.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de in het eerste lid bedoelde belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten.
De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de vermindering.
