Artikel 145^24, WIB 92
Art. 145^24, eerste en derde tot zesde lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2006 (art. 2 en 3, W 31.07.2004 - B.S. 23.08.2004; Numac: 2004003336)
Er wordt een belastingvermindering verleend voor de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor een rationeler energiegebruik in een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder is:
1° uitgaven voor de vervanging van oude stookketels;
2° uitgaven voor de installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie;
3° uitgaven voor de plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie;
3°bis uitgaven voor de plaatsing van alle andere uitrustingen voor geothermische energieopwekking;
4° uitgaven voor de plaatsing van dubbele beglazing;
5° uitgaven voor de isolatie van daken;
6° uitgaven voor de plaatsing van een warmteregeling van een installatie van centrale verwarming door middel van thermostatische kranen of door een kamerthermostaat met tijdsinschakeling;
7° uitgaven voor een energie-audit van de woning.
De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die:
a) in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten;
b) recht geven op de in artikel 69 vermelde investeringsaftrek.
De belastingvermindering is gelijk aan 40 % van de werkelijk gedane uitgaven bedoeld in het eerste lid.
Het totaal van de verschillende belastingverminderingen mag per belastbaar tijdperk en per woning niet meer bedragen dan:
- 500 euro in geval van bouw of verwerving in nieuwe staat van die woning;
- 600 euro in geval van gehele of gedeeltelijke vernieuwing van die woning.
De in het vorige lid bedoelde bedragen kunnen door de Koning worden verhoogd tot 1.000 euro bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering voor de uitgaven met betrekking tot een in het eerste lid bedoelde woning evenredig omgedeeld in functie van:
- het aandeel van elk der echtgenoten in het kadastraal inkomen van die woning, voor de echtgenoten die eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker zijn;
- het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten, voor echtgenoten die huurder zijn.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de werken in verband met de in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten voldoen.
