Artikel 145^24, WIB 92

Art. 145^24, § 2, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2013 (art. 41, A, 4°, en 52, W 28.12.2011 - B.S. 30.12.2011; Numac: 2011021115)


§ 1. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor een rationeler energiegebruik in een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder is:

1° uitgaven voor de vervanging van oude stookketels of voor het onderhoud van een stookketel;

2° uitgaven voor de installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonneenergie;

3° uitgaven voor de plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie;

3°bis uitgaven voor de plaatsing van alle andere uitrustingen voor geothermische energieopwekking;

4° uitgaven voor de plaatsing van dubbele beglazing;

5° uitgaven voor de isolatie van daken;

6° uitgaven voor de plaatsing van een warmteregeling van een installatie van centrale verwarming door middel van thermostatische kranen of door een kamerthermostaat met tijdsinschakeling;

7° uitgaven voor een energie-audit van de woning.

De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die:

a) in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten;

b) recht geven op de in artikel 69 vermelde investeringsaftrek;

c) zijn bedoeld in het eerste lid, 1° en 4° tot 7°, wanneer de uitgaven betrekking hebben op werken die worden verricht aan een woning waarvan de ingebruikneming minder dan vijf jaar voorafgaat aan de aanvang van die werken.

d) zijn bedoeld in het eerste lid, 1° tot 4°, 6° en 7°, voor zover de uitgaven betrekking hebben op werken die worden verricht in het kader van een overeenkomst die na 27 november 2011 werd gesloten.

De belastingvermindering is gelijk aan:

- 30 % van de werkelijk betaalde uitgaven als bedoeld in het eerste lid, 5°, die betrekking hebben op werken die worden verricht in het kader van een overeenkomst die na 27 november 2011 is gesloten;

- 40 % van de andere in het eerste lid bedoelde werkelijk betaalde uitgaven.

Het totaal van de verschillende belastingverminderingen mag per belastbaar tijdperk en per woning niet meer bedragen dan 2.000 euro (basisbedrag). Dit bedrag wordt echter verhoogd met 600 euro (basisbedrag) voorzover deze verhoging uitsluitend betrekking heeft op de uitgaven als bedoeld in het eerste lid, 3°.

Wanneer het totaal van de verschillende belastingverminderingen het in het vierde lid beoogde grensbedrag overschrijdt, kan het overschot worden overgedragen op de drie belastbare tijdperken volgend op dat waarin de uitgaven werkelijk werden gedaan, zonder per belastbaar tijdperk, de uitgaven van het belastbaar tijdperk inbegrepen, het voormelde grensbedrag te overschrijden. Deze overdracht is enkel van toepassing wanneer de in het eerste lid bedoelde uitgaven betrekking hebben op werken die in het kader van een overeenkomst die uiterlijk op 27 november 2011 werd gesloten, worden verricht aan een woning waarvan de ingebruikneming ten minste vijf jaar voorafgaat aan de aanvang van die werken.

Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering voor de uitgaven met betrekking tot een in het eerste lid bedoelde woning evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten.

De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de werken in verband met de in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten voldoen en de volgorde waarin de in deze paragraaf bedoelde verminderingen worden aangerekend.

§ 2. (...)

§ 3. Een belastingvermindering wordt verleend aan de in § 1, eerste lid, bedoelde belastingplichtige voor de interesten die betrekking hebben op leningovereenkomsten als bedoeld in artikel 2 van de economische herstelwet van 27 maart 2009.

De belastingvermindering bedraagt 30 % van de interesten die werkelijk werden gedragen tijdens het belastbaar tijdperk na aftrek van de tussenkomst van de Staat bedoeld in artikel 2 van de economische herstelwet van 27 maart 2009.

De belastingvermindering is niet van toepassing op de interesten:

a) die in aanmerking werden genomen als werkelijke beroepskosten;

b) waarvoor de toepassing van de artikelen 14, 104, 9°, of 526 werd gevraagd.

Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de in het eerste lid bedoelde belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten.

De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de vermindering.