Artikel 145^24, WIB 92

Art. 145^24, § 1, is van toepassing op de uitgaven die worden betaald vanaf 01.01.2013 (art. 41, B, en 52, W 28.12.2011 - B.S. 30.12.2011; Numac: 2011021115)


§ 1. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald voor de isolatie van het dak van een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder is.

De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die:

a) in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten;

b) recht geven op de in artikel 69 bedoelde investeringsaftrek;

c) betrekking hebben op werken die worden verricht aan een woning waarvan de ingebruikneming minder dan vijf jaar voorafgaat aan de aanvang van die werken.

De belastingvermindering is gelijk aan 30 % van de werkelijk betaalde uitgaven bedoeld in het eerste lid.

Het totaal van de belastingvermindering mag per belastbaar tijdperk en per woning niet meer bedragen dan 2.000 euro (basisbedrag). Dit bedrag wordt echter verhoogd met 600 euro (basisbedrag) voor zover deze verhoging uitsluitend betrekking heeft op een overgedragen vermindering voor uitgaven voor de plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie.

Wanneer het totaal van de belastingvermindering en de overgedragen belastingverminderingen het in het vierde lid beoogde grensbedrag overschrijdt, kan het overschot dat betrekking heeft op het nog overdraagbaar gedeelte van de overgedragen verminderingen, worden overgedragen.

Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering voor de uitgaven met betrekking tot een in het eerste lid bedoelde woning evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten.

De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de werken in verband met de in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten voldoen en de volgorde waarin de in deze paragraaf bedoelde verminderingen worden aangerekend.

§ 2. (...)

§ 3. Een belastingvermindering wordt verleend aan de in § 1, eerste lid, bedoelde belastingplichtige voor de interesten die betrekking hebben op leningovereenkomsten als bedoeld in artikel 2 van de economische herstelwet van 27 maart 2009.

De belastingvermindering bedraagt 30 % van de interesten die werkelijk werden gedragen tijdens het belastbaar tijdperk na aftrek van de tussenkomst van de Staat bedoeld in artikel 2 van de economische herstelwet van 27 maart 2009.

De belastingvermindering is niet van toepassing op de interesten:

a) die in aanmerking werden genomen als werkelijke beroepskosten;

b) waarvoor de toepassing van de artikelen 14, 104, 9°, of 526 werd gevraagd.

Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de in het eerste lid bedoelde belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten.

De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de vermindering.