Artikel 22, WIB 92
Art. 22, § 1, eerste en tweede lid, § 2 en 3, is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 18, 2de lid, WIB; art. 25, W 07.12.1988; art. 26, § 1, W 07.12.1988; art. 28, 1ste lid, W 07.12.1988; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
§ 1. Onder netto inkomen van roerende goederen en kapitalen wordt het bedrag verstaan dat in enige vorm is geïnd of verkregen, vóór aftrek van de innings en bewaringskosten en van andere soortgelijke kosten, en verhoogd met de roerende voorheffing en met de fictieve roerende voorheffing.
Behalve indien dat inkomen ingevolge artikel 171, 2° en 3°, afzonderlijk wordt belast, wordt het verminderd met de desbetreffende innings en bewaringskosten en andere soortgelijke kosten.
§ 2. Interest van schulden aangegaan om inkomsten van roerende goederen en kapitalen te verkrijgen of te behouden is niet aftrekbaar.
§ 3. Onverminderd de toepassing van het bepaalde in § 2, wordt onder netto inkomen van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen het brutobedrag verstaan, verminderd met de kosten die zijn gedragen om die inkomsten te verkrijgen of te behouden; bij gebrek aan bewijskrachtige gegevens worden die kosten forfaitair geraamd volgens percentages die de Koning bepaalt.
