Artikel 22, WIB 92

Art. 22, § 1, eerste en tweede lid, is van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 01.01.2012 (art. 25 en 38, W 28.12.2011 - B.S. 30.12.2011; Numac: 2011021115)


§ 1. Onder netto-inkomen van roerende goederen en kapitalen wordt het bedrag verstaan dat in enige vorm is geïnd of verkregen, vóór aftrek van de innings- en bewaringskosten en van andere soortgelijke kosten, en verhoogd met de roerende voorheffing met de fictieve roerende voorheffing en, in voorkomend geval, met de woonstaatheffing en de heffing bedoeld in artikel 174/1.

Behalve indien dat inkomen ingevolge artikel 171, 2°, f, 2°bis tot 3°bis, 3°quater en 3°quinquies, afzonderlijk wordt belast, of indien het wordt onderworpen aan de heffing bedoeld in artikel 174/1, wordt het verminderd met de desbetreffende innings- en bewaringskosten en andere soortgelijke kosten.

§ 2. Interest van schulden aangegaan om inkomsten van roerende goederen en kapitalen te verkrijgen of te behouden is niet aftrekbaar.

§ 3. Onverminderd de toepassing van het bepaalde in § 2, wordt onder netto-inkomen van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen en auteursrechten bedoeld in artikel 17, § 1, 5° het brutobedrag verstaan, verminderd met de kosten die zijn gedragen om die inkomsten te verkrijgen of te behouden; bij gebrek aan bewijskrachtige gegevens worden die kosten forfaitair geraamd volgens percentages die de Koning bepaalt.