Artikel 22, WIB 92

Art. 22, § 1, eerste lid, de Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de inwerkingtreding van dit artikel (art. 9 en 15, § 1, W 17.05.2004 - B.S. 27.05.2004; Numac: 2004003213)

[Art. 1, KB 27.06.2005 houdende inwerkingtreding van sommige bepalingen van de wet van 17.05.2004 tot omzetting in het Belgisch recht van de richtlijn 2003/48/EG van 03.06.2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het WIB 92 inzake de roerende voorheffing (B.S. 29.06.2005, ed. 2), regelt de inwerkingtreding van deze wet; art. 9 is van toepassing op de betaalde of toegekende interesten verlopen vanaf 01.07.2005 (art. 1)]


§ 1. Onder netto-inkomen van roerende goederen en kapitalen wordt het bedrag verstaan dat in enige vorm is geïnd of verkregen, vóór aftrek van de innings- en bewaringskosten en van andere soortgelijke kosten, en verhoogd met de roerende voorheffing, met de fictieve roerende voorheffing en, in voorkomend geval, met de woonstaatheffing.

Behalve indien dat inkomen ingevolge artikel 171, 2°, f en 2°bis tot 3°bis, afzonderlijk wordt belast, wordt het verminderd met de desbetreffende innings- en bewaringskosten en andere soortgelijke kosten.

§ 2. Interest van schulden aangegaan om inkomsten van roerende goederen en kapitalen te verkrijgen of te behouden is niet aftrekbaar.

§ 3. Onverminderd de toepassing van het bepaalde in § 2, wordt onder netto-inkomen van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen het brutobedrag verstaan, verminderd met de kosten die zijn gedragen om die inkomsten te verkrijgen of te behouden; bij gebrek aan bewijskrachtige gegevens worden die kosten forfaitair geraamd volgens percentages die de Koning bepaalt.