Artikel 22, WIB 92
Art. 22, § 1, tweede lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 1995 (art. 2 en 29, § 1, 1°, W 30.03.1994 – B.S. 31.03.1994; Numac: 1994003236)
§ 1. Onder netto-inkomen van roerende goederen en kapitalen wordt het bedrag verstaan dat in enige vorm is geïnd of verkregen, vóór aftrek van de innings- en bewaringskosten en van andere soortgelijke kosten, en verhoogd met de roerende voorheffing en met de fictieve roerende voorheffing.
Behalve indien dat inkomen ingevolge artikel 171, 2°bis tot 3°bis, afzonderlijk wordt belast, wordt het verminderd met de desbetreffende innings- en bewaringskosten en andere soortgelijke kosten.
§ 2. Interest van schulden aangegaan om inkomsten van roerende goederen en kapitalen te verkrijgen of te behouden is niet aftrekbaar.
§ 3. Onverminderd de toepassing van het bepaalde in § 2, wordt onder netto-inkomen van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen het brutobedrag verstaan, verminderd met de kosten die zijn gedragen om die inkomsten te verkrijgen of te behouden; bij gebrek aan.
