Artikel 22, WIB 92
Art. 22, § 1, tweede lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2010 (art. 4 en 35, 9de lid, W 22.12.2009 – B.S. 31.12.2009; Numac: 2009003483 - err. B.S. 02.04.2010 - err. B.S. 14.03.2011)
§ 1. Onder netto-inkomen van roerende goederen en kapitalen wordt het bedrag verstaan dat in enige vorm is geïnd of verkregen, vóór aftrek van de innings- en bewaringskosten en van andere soortgelijke kosten, en verhoogd met de roerende voorheffing met de fictieve roerende voorheffing en, in voorkomend geval, met de woonstaatheffing.
Behalve indien dat inkomen ingevolge artikel 171, 2°, f, 2°bis tot 3°bis en 3°quater, afzonderlijk wordt belast, wordt het verminderd met de desbetreffende innings- en bewaringskosten en andere soortgelijke kosten.
§ 2. Interest van schulden aangegaan om inkomsten van roerende goederen en kapitalen te verkrijgen of te behouden is niet aftrekbaar.
§ 3. Onverminderd de toepassing van het bepaalde in § 2, wordt onder netto-inkomen van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen en auteursrechten bedoeld in artikel 17, § 1, 5° het brutobedrag verstaan, verminderd met de kosten die zijn gedragen om die inkomsten te verkrijgen of te behouden; bij gebrek aan bewijskrachtige gegevens worden die kosten forfaitair geraamd volgens percentages die de Koning bepaalt.
