Artikel 269, WIB 92
Art. 269 is van toepassing op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 01.01.2013 (art. 84 en 96, 2de lid, progW 27.12.2012 - B.S. 31.12.2012; Numac: 2012021152)
[art. 269, 3°: de in artikel 269 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 voorziene voorwaarde van 80 %, zoals ze is ingevoegd bij de artikel 84, wordt teruggebracht tot 60 % voor de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld in 2013 en 2014, wanneer de dividenden uitgekeerd worden door een vennootschap die genoot van de totale verzaking van de inning van de roerende voorheffing als bedoeld in artikel 106, § 8, van het KB/WIB 92 zoals de maatregel bestond op 31.12.2012 (art. 95, W 27.12.2012 - B.S. 31.12.2012)]
De aanslagvoet van de roerende voorheffing is vastgesteld:
1° op 25 % voor inkomsten van roerende goederen en kapitalen, andere dan deze bedoeld in de bepalingen onder 2° tot 5°, alsmede voor in artikel 90, 5° tot 7°, vermelde diverse inkomsten;
2° op 15 % voor de inkomsten uit in artikel 21, 5°, bedoelde spaardeposito's, en in zoverre zij, wat de inkomsten betaald of toegekend aan natuurlijke personen betreft, meer bedragen dan de in artikel 21, 5°, bepaalde grenzen;
3° op 15 % voor de dividenden die worden uitgekeerd door een beleggingsvennootschap met vast kapitaal bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, en 122, § 1, van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, die als uitsluitend doel heeft de collectieve belegging in de in artikel 7, eerste lid, 5°, van deze wet bedoelde categorie "vastgoed" of door een in boek 3 van deze wet bedoelde beleggingsvennootschap van gelijke aard, of deze haar effecten openbaar aanbiedt in België of niet, voor zover door de betrokken lidstaat een uitwisseling van inlichtingen wordt georganiseerd overeenkomstig artikel 338 of een gelijkaardige reglementering, in zoverre tenminste 80 % van het vastgoed in de zin van artikel 2, 20°, van het koninklijk besluit van 7 december 2010 met betrekking tot vastgoedbevaks, rechtstreeks door deze beleggingsvennootschap belegd is in onroerende goederen die in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn gelegen en uitsluitend als woning aangewend worden of bestemd zijn. Voor de toepassing van deze voorwaarde verstaat men onder "woning" zowel een eengezinswoning als een gebouw voor collectieve bewoning zoals een flatgebouw of een rusthuis;
4° op 15 %, voor de eerste schijf die overeenkomt met het in artikel 37, tweede lid, bepaalde bedrag van in artikel 17, § 1, 5°, vermelde inkomsten verkregen uit de cessie of concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van wettelijke en verplichte licenties;
5° op 10 % voor uitkeringen die worden aangemerkt als dividenden in de artikelen 187 en 209 in geval van gehele of gedeeltelijke verdeling van een binnenlandse of buitenlandse vennootschap;
6° op 15 of 25 %, voor de in artikel 90, 11°, bedoelde vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot, naargelang de toepasbare aanslagvoet op de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en op de in artikel 90, 6°, bedoelde loten, waarop die vergoedingen betrekking hebben.
