Wetboek van inkomstenbelastingen 1992
Artikel 366, WIB 92
Nieuwere versie beschikbaarVersie 2 van 10, geldig AJ 1999
Art. 366 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1999; art. 366 is daarentegen van toepassing vanaf 27.03.1999, in de mate dat hij een recht van bezwaar toekent aan de feitelijk gescheiden echtgenoot op wiens goederen de aanslag, gevestigd op naam van de andere echtgenoot, wordt ingevorderd (art. 24, W 15.03.1999 - B.S. 27.03.1999; Numac: 1999003180)
De belastingschuldige, alsmede zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, kan tegen het bedrag van de gevestigde aanslag, opcentiemen, verhogingen en boeten inbegrepen, schriftelijk bezwaar indienen bij de directeur der belastingen in wiens ambtsgebied de aanslag, de verhoging en de boete zijn gevestigd.
Bron FisconetPlus