Artikel 366, WIB 92

Art. 366 treedt in werking op 01.01.2025 (art. 35 en 219, 1ste lid, W 26.01.2021 - B.S. 10.02.2021; Numac: 2021040269)

[De wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 maart 2023, wordt opgeheven (art. 213, W 12.05.2024 - B.S. 30.05.2024; Numac: 2024003880)]


De belastingschuldige, alsmede zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd of de medeschuldenaar zoals bedoeld in artikel 2 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, kan tegen het bedrag van de gevestigde aanslag, opcentiemen, verhogingen en boeten inbegrepen, schriftelijk bezwaar indienen, door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, bij de adviseur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen in wiens ambtsgebied de aanslag, de verhoging en de boete zijn gevestigd.

Wanneer de belastingplichtige overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, en hij er niet voor gekozen heeft om te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg, of wanneer hij zich overeenkomstig artikel 304quater, § 3, niet heeft kunnen identificeren bij dat beveiligd platform, wordt het in het eerste lid bedoelde bezwaarschrift overgemaakt onder gesloten omslag.

Wanneer het bezwaarschrift is gericht aan een andere ambtenaar van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen dan deze bedoeld in het eerste lid, aan een ambtenaar van de administratie belast met de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen of aan de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld in artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV), blijft het bewaarschrift geldig ingediend vanaf de datum van ontvangst door die ambtenaar of die dienst.

De in het tweede lid bedoelde ambtenaar of bedoelde dienst zendt het bezwaarschrift onmiddellijk door aan de in het eerste lid bedoelde adviseur-generaal en stelt de bezwaarindiener hiervan in kennis.