Artikel 366, WIB 92

Art. 366, eerste, tweede en derde lid, is van toepassing vanaf 16.05.2016 (art. 8, W 27.04.2016 - B.S. 06.05.2016; Numac: 2016003144)


De belastingschuldige, alsmede zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, kan tegen het bedrag van de gevestigde aanslag, opcentiemen, verhogingen en boeten inbegrepen, schriftelijk bezwaar indienen bij de adviseur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen in wiens ambtsgebied de aanslag, de verhoging en de boete zijn gevestigd.

Het bezwaarschrift blijft evenwel geldig ingediend wanneer het gebracht wordt voor een andere adviseur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen dan deze bedoeld in het eerste lid.

Wanneer het bezwaarschrift gericht wordt aan een andere adviseur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen, zendt deze het van ambtswege door aan de territoriaal bevoegde adviseur-generaal en stelt de bezwaarindiener hiervan in kennis.