Artikel 366, WIB 92
Art. 366, tweede en derde lid, is van toepassing vanaf 21.08.2016 (art. 2, W 03.08.2016 - B.S. 11.08.2016, Numac: 2016003277)
De belastingschuldige, alsmede zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, kan tegen het bedrag van de gevestigde aanslag, opcentiemen, verhogingen en boeten inbegrepen, schriftelijk bezwaar indienen bij de adviseur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen in wiens ambtsgebied de aanslag, de verhoging en de boete zijn gevestigd.
Wanneer het bezwaarschrift is gericht aan een andere ambtenaar van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen dan deze bedoeld in het eerste lid, of aan een ambtenaar van de administratie belast met de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen, blijft het bewaarschrift geldig ingediend vanaf de datum van ontvangst door die ambtenaar.
De in het tweede lid bedoelde ambtenaar zendt het bezwaarschrift onmiddellijk door aan de in het eerste lid bedoelde adviseur-generaal en stelt de bezwaarindiener hiervan in kennis.
