Artikel 225, WIB 92
Art. 225, tweede lid, 4° en 5°, treedt in werking op 29.12.2014 en is van toepassing op alle geschillen die nog niet definitief zijn afgesloten op de datum van deze inwerkingtreding (art. 32 en 40, progW 19.12.2014 - B.S. 29.12.2014; Numac: 2014021137)
Art. 225, tweede lid, 6°, wordt opgeheven vanaf het aanslagjaar 2015 (art. 21 en 27, progW 19.12.2014 - B.S. 29.12.2014; Numac: 2014021137; art. 21 ingetrokken door art. 91, progW 10.08.2015 - B.S. 18.08.2015; Numac: 2015203736)
De belasting met betrekking tot in artikel 221 vermelde inkomsten is gelijk aan de onroerende en roerende voorheffing.
De belasting wordt berekend:
1° tegen het tarief van 20 % op de inkomsten vermeld in artikel 222, 1° tot 3°;
2° tegen het tarief van 33 % of van 16,5 % op in artikel 222, 4°, vermelde meerwaarden, volgens het onderscheid in artikel 171, 1°, b, en 4°, d;
3° tegen het tarief van 16,5 % op in artikel 222, 5° en 6°, vermelde meerwaarden;
4° tegen het tarief van 100 % op in artikel 223, eerste lid, 1°, vermelde niet verantwoorde kosten en voordelen van alle aard en op in artikel 223, eerste lid, 3°, vermelde financiële voordelen of voordelen van alle aard, tenzij kan worden aangetoond dat de verkrijger van die kosten, die voordelen van alle aard en die financiële voordelen een rechtspersoon is, in welke gevallen de aanslag gelijk is aan 50 %.
5° tegen het tarief bedoeld in artikel 215, eerste lid, op de in artikel 223, eerste lid, 2°, bedoelde bijdragen, premies, pensioenen, renten en toelagen, op de in artikel 223, eerste lid, 3°, bedoelde financiële voordelen of voordelen van alle aard en op de in artikel 223, eerste lid, 4° (...), bedoelde bedragen;
6° tegen het tarief van 25 % op in artikel 224 vermelde dividenden.
