Artikel 225, WIB 92

Art. 225, tweede lid, 4°, is van toepassing op de vanaf 01.01.2021 betaalde of toegekende inkomsten tijdens een belastbaar tijdperk dat ten vroegste verbonden is met het aanslagjaar 2022 (art. 48 en 60, 2de lid, W 21.01.2022 - B.S. 28.01.2022; Numac: 2022040046)


De belasting met betrekking tot in artikel 221 vermelde inkomsten is gelijk aan de onroerende en roerende voorheffing.

De belasting wordt berekend:

1° tegen het tarief van 20 % op de inkomsten vermeld in artikel 222, 1° tot 3°;

2° tegen het tarief van 33 % of van 16,5 % op in artikel 222, 4°, vermelde meerwaarden, volgens het onderscheid in artikel 171, 1°, b, en 4°, d;

3° tegen het tarief van 16,5 % op in artikel 222, 5° en 6°, vermelde meerwaarden;

4° tegen het tarief van 100 % op in artikel 223, eerste lid, 1°, vermelde niet verantwoorde kosten, voordelen van alle aard en inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5° en op in artikel 223, eerste lid, 3°, vermelde financiële voordelen of voordelen van alle aard, tenzij kan worden aangetoond dat de verkrijger van die kosten, die voordelen van alle aard, die inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5°, en die financiële voordelen een rechtspersoon is, in welke gevallen de aanslag gelijk is aan 50 %.

5° tegen het tarief bedoeld in artikel 215, eerste lid, op de in artikel 223, eerste lid, 2°, bedoelde bijdragen, premies, pensioenen, renten en toelagen, op de in artikel 223, eerste lid, 3°, bedoelde financiële voordelen of voordelen van alle aard en op de in artikel 223, eerste lid, 4° en 5°, bedoelde bedragen;

6° tegen het tarief van 25 % op in artikel 224 vermelde dividenden.